Zak van
Zuid-Beveland
De "Zak van Zuid-Beveland". Niet direkt
een uitnodigende naam, zak heeft in mijn ogen zelfs iets negatiefs. Een
wandeling door dit zeer fraaie gebied doet dat negatieve trekje echter snel om
slaan in een positieve ervaring. De enige persoon die vandaag de benaming zak
verdient, komen we tegen in de trein van Roosendaal naar Bergen op Zoom. En daar
zullen we het hier verder maar niet over hebben. Want het is leuker om te
verhalen hoe wij hebben genoten van het Zuid-Bevelandse landschap. En dat valt
niet mee zonder in superlatieven te vervallen. Toch gaan we er een poging aan
wagen. "Papier" is ten slotte geduldig.
| Wandeling | Foto's | Nuttige links | Naar wandelingen |
Het mooie boekje "Uilenpad, Impressies van de zak van Zuid-Beveland, een uitgave van Erik van Ommen en Robbert Jan Swiers, beschrijft op een treffende manier het gebied van de "Zak van Zuid-Beveland". Ook in het wandelboek "Wandel weg door Nederland", geschreven door Trouw (wandel-) redacteur Haro Hielkema, staat een uitnodigend verhaal over een 15 of 20 kilometer lange rondwandeling. Deze start en eindigt in Heinkenszand. Beide publicaties maken ons nieuwsgierig genoeg om ons wandelgeluk in dit relatief minder bekende gebied te gaan zoeken. Ons zijn vandaag Bob, mijn zwager, en ik.
De route is inclusief een vijf kilometer lange lus
rond de Zwaakse Weel (gewoon doen, is de moeite waard) 20 kilometer. Doordat we
één keer fout en daarbij doodlopen, komen wij op 22 uit. Zonder het uitstapje
rond de Zwaakse Weel komt de route uit op 15 kilometer. Bushaltes zien wij
onderweg niet dus houdt daar eventueel rekening mee. De route is wisselend
onverhard, half verhard, en verhard. Ook zitten er nogal wat stukken in met
kiezelstenen. En dat loopt niet echt lekker. Zijkantjes opzoeken en dat maakt
het wandelen al weer een stukje aangenamer.
Het is zaterdag 15 mei 2004 en ik reis per trein vanuit Maarssen via Amsterdam
naar Goes. Dat lijkt een hele omweg maar het heeft voor mij twee voordelen. Ik
hoef alleen in Amsterdam over te stappen en in Leiden stapt Bob in en reizen we
samen door richting Zeeland. Buiten is het nevelig maar de zon doet zijn best
deze te verdrijven. De NS doet ook zijn best en keurig op tijd arriveren we in
Goes. Ik heb net genoeg tijd om een halve liter cola te scoren en even later
brengt bus 23 ons naar Heinkenszand. Het is helaas nog te vroeg om daar een kop
koffie te vinden dus starten we om 10:40 uur met onze wandeling.
"Op de Oudekamersedijk naast de schaapskooi bij Heinkenszand heeft de
Stichting Mo(nu)ment voor een Kind op 21 maart 1998 een kunstwerk geplaatst.
Tegelijkertijd werden er 25 linden geplant door ouders van kinderen die zijn
overleden aan een stofwisselingsziekte. Dit alles met medewerking van de
Vereniging Natuurmonumenten om de herinnering aan de kinderen levend te houden.
Voor elk overleden kind een boom, waarbij de Stichting zorgt voor een
herinneringsbordje bij de boom. Het planten van de linden heeft zo vooral een
symbolische waarde".
Voor ons volgt een moment van bezinning. Stilletjes lopen we verder, ieder met
z'n eigen gedachten. Een goede gezondheid is even wat minder vanzelfsprekend.
Onze eerste pauze hebben we rond de klok van twaalf aan de rand van De Poel. Via
de Valdijk lopen we recht tegen dit werkelijk prachtige gebied aan. De Poel
bestaat uit twee gebieden en wij bewonderen het heggengebied ten zuiden van
Nisse. Heggen gevormd door meidoorns geven een beeld zoals dit landschap er
honderden jaren geleden uit moet hebben gezien. Later horen we van een
voorbijganger dat De Poel indertijd nog net van de ondergang door
ruilverkaveling is gered. Anders hadden wij nu niet zoveel te genieten gehad.
Behalve van de bloeiende meidoorns en bloemen genieten we ook van de nodige
vogels. We zien een paar keer een groene specht die we ook regelmatig horen. In
de buurt van de Zwaakse Weel zweven twee bruine(?) kiekendieven. Verder zien we
onder andere bergeenden, fazanten, buizerds, een valkje, duiven, en meeuwen. En
we horen de nodige vogels die in de bomen en struiken op en langs de dijken
prima leef-, nestel- en schuilgelegenheid vinden. Ook vlinders vermaken zich
goed in deze bloemrijke oases. Genoeg te zien, te horen, en te ruiken.
Regelmatig vragen we ons af aan welke kant van de dijk ooit het zeewater golfde.
Want hoewel het heden ten dage enige moeite kost om je dit voor te stellen,
waren sommige dijken waar we nu over heen wandelen in lang vervlogen tijden
echte zeedijken. De eerste dijken werden rond 1200 aangelegd. En zo werd beetje bij
beetje land gewonnen. We zijn tenslotte Hollanders. Hierbij werden zeedijken
vanzelf binnendijken. Af en toe waren er tegenslagen want de zee liet zich niet
zo maar temmen. Bij dijkdoorbraken ontstonden soms wielen. Als bij een
stormvloed het zeewater door een zwakke plek in een dijk het land instroomde,
werden soms metersdiepe gaten uitgekolkt die men niet kon dempen. De nieuwe dijk
werd om het gat gelegd en zo ontstond een weel. Want hier in Zuid-Beveland
spreekt men van weel.
Het is opvallend hoe verschillend de bewerkte grond aan weerskanten van een dijk
er uit ziet. Soms zanderig en soms kleiachtig. Duidelijk is daar de invloed van
de voormalige zee. En van de mens want ook die heeft door het afgraven van veen
en zout(!) de nodige sporen in het Bevelandse land achtergelaten.
Ons spoor is gevorderd tot het punt waar we moet beslissen of we de 5
kilometer rond de Zwaakse Weel gaan lopen. Of het door de bedwelmende geur van
de bloeiende meidoorn, vermengd met vleugjes fluitenkruid-, zee- en uienlucht,
komt, weet ik niet maar ik heb zelden zo makkelijk gewandeld. Waar voor mijn
metgezel de kilometers steeds zwaarder (en langer) worden, gaat het mij af als
een "fluitenkruidje van een cent". Gelukkig kiest ook Bob voor de lange
route. En van dit ommetje krijgen we geen spijt.
Maar eerst is het tijd voor een pauze. En tijd om wat te eten en te drinken. In
de berm van de Zwaakse Dijk genieten we van de rust en van de zon die ruim
aanwezig is. Er staat weinig wind en met zo'n 18 à 20 graden is het heerlijk
wandelweer. Lang genieten we echter niet van de pauze want in de niet eens zo
verre verte klinkt het geluid van een trein. En dat betekent maar één ding.
Dat er op het spoorlijntje Goes-Borssele, waar op zon- en feestdagen een
toeristische stoomtrein rijdt, iets aan komt. En inderdaad. We zien een
diesellocomotief met één personenrijtuig passeren. We zitten vlakbij de
spoorlijn die we, als we onze pauze voor geëindigd houden, met een paar minuten
bereiken. We raken aan de praat met twee "autochtonen" en die wijzen
ons op een nu geopende zware houten deur. Zij vertellen ons dat waar de
spoorlijn dwars door de dijk "breekt" deze deur de dijk bij speciale
hoogwaterstanden als het ware weer kan dichten. En zo kunnen deze historische
dijken nog altijd dienst doen bij onverwachte calamiteiten.
Als we op de "lus terug" voor de tweede keer het spoorlijntje
oversteken, gaat het mis met de route. We lopen, zoals het kaartje aangeeft,
rechtdoor maar na een kilometer lopen we "dood" op een boerenerf. Er
zit niets anders op dan terug te keren tot de spoorlijn en daar het fietspad
(voor ons nu naar links) te nemen. Dit brengt ons terug op het juiste spoor en
in de richting van de Zwaakse Weel.
We komen vandaag weinig andere wandelaars tegen. Wel wordt
er veel gefietst en zo af en toe passeren wat motorrijders. Niet van die
vervelende racers maar rustig genietende toerrijders. Genieten doen wij ook. Wat
een rust heerst hier. Ook de mensen die we tegenkomen, zijn vriendelijk en
hebben de tijd voor je. Zo ook de boer waar Bob een praatje mee maakt over wat
er nu verbouwd moet gaan worden op de vers geploegde stukken land. Gewoon
piepers dus. Of de fietser die ons spontaan vertelt dat je vroeger, toen hij nog
klein was, zo maar kon verdwalen in het gebied van De Poel. Of het groepje
wandelaars op wiens kaart wij een blik mogen werpen om de juiste weg rond de
schaapskooi te kunnen vinden. Zij kijken ons enigszins meewarig na als wij met
onze "gebrekkige middelen" verder gaan.
Toch lukt het ons meestal om de juiste weg te vinden. In de buurt van Nisse
hebben we enige momenten van twijfel maar uiteindelijk slingeren we via onder
andere de fraaie Paardenkerkhofwegeling richting eindbestemming. Waar zou zo'n
naam vandaan komen, vraag je jezelf af. Het is vijf over vijf als we terug zijn
bij de bushalte in Heinkenszand. Onze bus 23 vertrekt een kwartiertje later
zodat we op de trap voor het politiebureau, veilig idee, onze vermoeide voeten
en benen alvast enige rust gunnen.
Bob uit hier enige bezorgdheid: "Wat mij aan het einde van de wandeling
(erg) opviel is dat je vanaf het laatste stuk dijk naar Heinkenszand naar het
noorden Goes ziet liggen, aan het eind van een kale vlakte. Hopelijk is dat niet
het lot van de landschappen die wij gepasseerd zijn".
Ik kan niet anders dan het hier helemaal mee eens te zijn. Laten wij, en vooral
diegenen die over dit soort zaken iets te zeggen hebben, voorzichtig met dit
soort schitterende en onvervangbare (cultuur-) historische gebieden omgaan.
De terugreis verloopt net zo goed als de heenreis. Om half acht neem ik afscheid
van Bob die in Leiden de trein verlaat. We zijn het er over eens dat deze tocht
één van de mooiste is die we samen hebben gelopen. Ik reis verder waarbij ik
onder Schiphol doorkom. Boven wacht op hetzelfde moment een goede vriendin op haar
vliegtuig waarmee zij straks in 3 uur naar Tunesië vliegt. Mijn (enkele)
reistijd is ook drie uur. Hoe klein of groot kan de wereld zijn. Terugblikkend maakt deze wandeling mijn relatief lange reistijd meer dan goed.
Via Amsterdam ben ik om negen uur weer thuis en ben ik een uitstekende
wandelervaring rijker.
| Vragen of reakties? | Naar wandelingen | Naar boven |
Nuttige links: