Utrechtpad, etappes 32 - 30, Utrecht Centrum - Maarssen (Zuilense Ring)
Als iemand mij zo aan het
begin van dit nieuwe jaar zou vragen of ik nog goede voornemens heb, dan zou ik
volmondig met "Ja" antwoorden. Normaal ben ik niet zo'n voorstander van dit in
mijn ogen geforceerde toestanden maar voor 2007 heb ook ik een goed voornemen: ik wil proberen om één keer per drie weken een wandeling te gaan
maken.
De weersverwachting voorspelt voor zondag 7 januari 2007 een redelijk droge dag
en ik besluit om mijn goede voornemen maar direct in de praktijk te brengen door
een stuk van het Utrechtpad te gaan lopen. En wel de etappes 32, 31, en een stuk
van 30. Die moeten mij van Utrecht naar Maarssen brengen, daarbij min en meer de
rivier de Vecht volgend. Makkelijk te bereizen en dichtbij huis.
| Wandeling | Foto's | Naar Utrechtpad | Naar wandelingen |
Ik reis in goed twintig minuten met bus 37 van
Maarssenbroek naar Utrecht. Op het busstation koop ik een espresso en om kwart
voor tien wandel ik via de aanlooproute richting de Dom. Zonder de hond die zich
heel zielig voelde toen hij in de gaten kreeg dat hij dit keer niet met me mee
mocht. Tja, het kan niet alle wandeldagen feest zijn en het is ook wel weer eens
lekker om zonder hem te wandelen.
Eerst maar wat foto's van de Domtoren nemen. Want die blijft de eerste kilometers
regelmatig het beeld bepalen. Eigenlijk, zo bedenk ik mij, zou ik iedereen
willen aanraden om niet zoals ik vanuit Utrecht weg te lopen, maar om de stad
binnen te wandelen. Voordelen? Je hoeft niet steeds achterom te kijken, en er is
in de stad een ruime keuze aan horeca te vinden. Aan de andere kant loop ik nu van de
langzaam aan drukker wordende stad de rust en de natuur tegemoet. Het is maar
wat je voorkeur is. En ook in Maarssen vind je de nodige horeca.
Over de beziens- en wetenswaardigheden van Utrecht ga ik het hier niet hebben.
Daarvoor zijn andere, lees beter sites. Ik volsta met de foto's en met te melden dat ik
altijd met veel plezier langs de nog stille grachten wandel. Oude grachten
ook. Waar ik het wel even over wil hebben is het gebrek aan een duidelijk begin
of zo je wilt einde van het Utrechtpad. Ik heb dat ook al eens mogen ervaren bij
het eindpunt van het Trekvogelpad in Enschede. Het hoeft niet groots te zijn
maar een bordje van zeg 40 bij 60 centimeter met wat informatie over het Utrechtpad
zou mij al tevreden stemmen.
Wat mij wel tevreden stemt, is de geelrode routemarkering want die is overal goed te
vinden. Het routeboekje dient vandaag dan ook alleen als naslagwerk om over de
diverse bezienswaardigheden te lezen. Maar daar zou ik het hier niet over
hebben.
Dit
alles intrigeert mij én het komt mij niet helemaal onbekend voor. Na enig
zoekwerk vind ik in mijn boekenkast het boek "De Vecht door Jac.P.Thijsse".
In dit heruitgegeven plaatjesalbum van Verkade vind ik de volgende tekst:
"Ieder schoolkind weet, dat de Vecht begint
bij Utrecht en dat hij heel oorspronkelijk een rivierarm is geweest van den
Rijn. Die splitst zich bij Pannerden in Rijn en Waal, bij Westervoort in IJssel
en Rijn, bij Wijk bij Duurstede vroeger in Rijn en Krommen Rijn en die weer in
de buurt, waar Utrecht zou ontstaan, in Vecht en Ouden Krommen Rijn. Die
splitsing bestond natuurlijk al eeuwen, voordat het aloude Ultrajectum, zooals
Uitert vroeger heette, in den Romeinschen tijd tot stand kwam en had
hoogstwaarschijnlijk plaats, waar nu de prachtige bosschen liggen van Oud- en
Nieuw-Amelisweerd. De Vecht ging toen rechtsaf, de Oude Rijn linksaf en de
scheiding werd gevormd door een laag heuvelruggetje, waarvan we het hoogste punt nu
nog vinden in de buurt van het Utrechtsche stadhuis. Toen nu later de
stadsgrachten werden gegraven, werd het Rijn- en Vechtwater daardoor afgeleid en
slechts met moeite, maar 't is toch een heel aardig werk, kunnen we van
die oorspronkelijke beddingen eenig spoor terugvinden. Daar komt nog bij, dat in
den ouden tijd, toen er nog geen dijken waren, al die wateren bij het minste
wissewasje hun loop veranderden. Eerst toen onze vaderen met heel veel moeite en
gekrakeel dijken en dammen en sluizen gingen aanleggen, is er wat vastigheid in
den toestand gekomen. En het eind van 't liedje is, dat tegenwoordig de
Vecht begint aan de Weerdsluis in het noordelijk deel van de stad Utrecht en dat
er maar bitter weinig Rijnwater door loopt."
om even later verder te gaan met
"Nog een eind verder zien we aan den rechteroever
een smal watertje zich bij de Vecht voegen. 't Komt tusschen hooge muren
onder een donker bruggetje vandaan. Hier willen we even bij stil staan, want dit
watertje is waarschijnlijk een overblijfsel van de aloude Vecht, die, van
Amelisweerd komende, de Biltstraat kruist bij de tegenwoordige spoorweghalte en
dan in een sierlijke bocht om 't noorden van Utrecht heenkronkelt tot aan
hier toe."
Aldus Jac. P. Thijsse. Ook over de Zijdebalenstraat weet Thijsse één en ander
te vertellen maar dat moet je zelf maar eens in het boek, dat de moeite van het
lezen meer dan waard is, opzoeken.
De route volgt de zuidoever van de Vecht en slingert met de rivier mee tot
bij de Rode Brug. Daar vind ik beschutting tegen de druilerige regen die
inmiddels valt. Ik pauzeer in een soort bushalte. Gelet op de
"fraaie" teksten die er links en rechts zijn te lezen waarschijnlijk een hangplek. Nu
hang ik
er even rond en nuttig er een bruine boterham met kaas. Na een kwartiertje is het vrijwel
droog en ik wandel verder. Ik heb de wind schuin achter en het beetje blauw dat
bij het begin van mijn wandeling nog in de lucht zat, is helemaal vervangen door
dreigend grijs.
Wel mooi blauw zijn de meeste woon- (of beter gezegd wip-) boten die aan de
overkant liggen. Hier werken prostituees af en aan en de liefhebber adviseer ik
om vanaf de Rode Brug de noordelijke oever van de Vecht te nemen. De Utregse volksmond heeft
het hier ook wel over de "Rubberdreef". Ik volg netjes de route. Waar
deze onder de Marnixlaan doorgaat, raak ik andermaal aan de praat. Nu met een
oudere man die een schitterende Akita Inu bij zich heeft. Deze huskyachtige hond
is echter net zo onbetrouwbaar als hij mooi is, zo vertelt zijn baas, dus ik
wandel gauw verder.
Het is verrassend en aangenaam om ook eens aan deze kant van de Vecht te lopen. De route
voert hier door een parkachtige omgeving. En dat zo dicht bij de stad. De
woonboten zijn nu echt woonboten geworden en een beetje jaloers bekijk ik
sommige boten. Dat moet toch heerlijk wonen zijn zo op en aan het water. Ik
wandel om een jachtwerf heen en dan nadert de J. M. de Muinck Keizerbrug. Via
die brug gaat het Utrechtpad naar de overkant van de Vecht. Als je hier even een
stukje terug loopt richting de woonboten dan vind je aan de linkerkant Fort De
Klop. En zoals de alle forten rond Utrecht hoort ook Fort De Klop
bij de (Nieuwe) Hollandse Waterlinie.
Dit fort ben ik dan ook al eens eerder gepasseerd tijdens een wandeling over het Waterliniepad
dus ik blijf het Utrechtpad volgen. Dat slingert tijdelijk samen met het eerder genoemde
Waterliniepad tussen wat weilanden door richting Slot Zuylen. Helaas is de
begaanbaarheid van de paden in het bosachtige gedeelte voor het Slot door
"uitgestelde werkzaamheden" slecht en had ik beter de geasfalteerde
weg langs de Vecht kunnen volgen. Maar ja, achteraf ... Uiteindelijk kom ik toch
op die weg uit, echter niet na de fraaie slotboerderij die bij het Slot hoort te
zijn gepasseerd. En dat vergoedt het "geglij en geglibber" een
beetje.
Waar etappe 31 overgaat in 30 gaat de route naar rechts langs Slot Zuylen. Het
loont hier de moeite om eerst een stukje rechtdoor te wandelen om wat van het
fraaie bij de gemeente Maarssen behorende dorpje Oud-Zuilen te bewonderen. En je
kunt, indien geopend en gewenst, bij Grand
restaurant Belle wat eten en of drinken. Na deze eventuele uitstapjes
pakken we de route weer op. Die voert langs Slot
Zuylen. Persoonlijk doet dit Slot mij meer denken aan koene ridders en
schone jonkvrouwen dan het in de buurt gelegen Kasteel de Haar. Slot Zuylen
heeft vanaf het jaar 1752 ongeveer zijn huidige vorm maar werd al in 1247 bewoond.
Het Utrechtpad verlaat het Slot door een hek en gaat linksaf de Groeneweg
op. Links liggen wat volkstuinen en rechts de Polder Buitenweg met enkele mooie
zogenaamde langhuisboerderijen. Het is te hopen dat dit gebied bespaard blijft van woningbouw
zoals één of andere dwaas ooit had bedacht want dat zou zonde zijn.
Ondertussen doemen in de verte twee molens op maar eerst passeer ik begraafplaats
Oud Zuylen. Deze stamt uit 1781/1782 en is gesticht door baron van Tuyll van
Serooskerken die er zelf ook zijn laatste rustplaats heeft in een opvallend
familiegraf. De begraafplaats was oorspronkelijk bedoeld voor de bewoners van Slot
Zuylen en is één van de oudste openbare begraafplaatsen van ons land. Op de toegangspoort staat de tekst "Wij leeven om te
sterven". Nou ja, beter zo dan andersom, toch?
Dan naderen de twee molens. Het
Waterliniepad verdwijnt naar rechts terwijl het Utrechtpad naar links tussen de molens
door wandelt. Links de Westbroekermolen, een zogenaamde achtkantige
bovenkruier uit 1753, en rechts de molen Buitenweg, een wipwatermolen uit 1830.
Beiden doen nog regelmatig hun werk en bemalen daarbij elk zo'n 250 hectare. En
het zijn tevens de grootste en de kleinste molens van de provincie Utrecht.
Inmiddels ben ik weer bij de Vecht gekomen. Deze volg ik met een ruime bocht
naar links. Aan de overkant liggen enkele woonboten en is goed te zien waar de
nieuwe Maarssense wijk Op Buuren moet komen. Rechts ligt nu nog eenzaam
boerderij Oostwaard maar ook hier zal gebouwd gaan worden. Niet grootschalig
maar toch. Ik heb ondertussen mijn regenbroek aangetrokken want het is zachtjes
gaan regenen. Als ik één der vissers groet, wordt mij spontaan een kop koffie
aangeboden. Dat sla ik niet af en we praten wat over het weer en de niet
bijtende vissen.
Na deze onverwachte maar aangename pauze wandel ik snel verder. Ik passeer de
sluis die de Vecht met het Amsterdam-Rijnkanaal verbindt en als ik bij de brug
van de Zuilense Ring kom, vind ik het mooi geweest. Het stukje naar en door
Maarssen dorp bewaar ik voor later, lees droger tijden***. Ik verlaat het
Utrechtpad en ik ga via de brug en de kortste weg terug naar huis. Na ruim
dertien kilometer, waarvan zo'n tien over het Utrechtpad, ben ik om 14:45 uur
thuis. Lekker een stuk gewandeld in een niet geheel onbekende maar altijd
boeiende omgeving.
| Vragen of reakties? | Naar Utrechtpad | Naar wandelingen | Naar boven |
Toegift
*** Op zondag 28
januari 2007 heb ik samen met Deejay een rondje van ruim 7 kilometer gewandeld
waarbij we twee "losse eindjes" aan elkaar hebben geknoopt. Eén
eindje van het Waterliniepad, en één eindje van het Utrechtpad. En
dat laatste eindje heb ik hieronder beschreven.
Via het Waterliniepad zijn
we bij de twee molens aan de Nedereindesevaart gekomen. Het Waterliniepad loopt
vanaf hier samen met het Utrechtpad richting Slot Zuylen. En van die
kant kwam ik een paar weken geleden (zie boven). Samen met Deejay pak ik etappe 30 van het
Utrechtpad weer op. Tot aan het viaduct van de Zuilense Ring
"doubleren" we de kilometers van de vorige keer. Nu helaas geen visser
met koffie. Wel volgen we nu het Utrechtpad langs de Vecht. En we staan even
stil bij een monument voor ene Daan die, geboren in 1979, in 2002 zijn leven
verloor in de Vecht.
Rechts staan enkele kapitale huizen, al dan niet met zwembad. En zoals altijd
als ik hier langs kom, verbaas ik mij er over dat mensen die blijkbaar zoveel
geld te besteden hebben aan een huis, dat hier onder de rook en in het lawaai
van de Zuilense Ring doen. Maar ja, dat moet iedereen ook maar zelf weten. Een
stukje verder zien we rechts Vechtenstein. Dit huis uit 1936 heeft een opvallend
groen dak. Dit is niet het enige fraaie huis dat ik passeer maar het gaat mij
hier te ver om over al dat moois te schrijven.
Dat wil ik wel over Huis Ten Bosh. Dit Huis Ten Bosch (ik citeer de gemeente
Maarssen) werd
in 1627 het eigendom van Pieter Bolten. Het is vrijwel
zeker dat deze Bolten tussen 1627 en 1629 het
tegenwoordige huis liet bouwen door Jacob van Campen.
Tot 1922 bleef Huis Ten Bosch in particulier handen. In
dat jaar kocht de gemeente Maarssen het huis om het in
te richten als gemeentehuis. Veertig jaar later verkocht de
gemeente het huis aan de Utrechtse antiquair Jacob Gieling.
Deze bracht het huis in de staat waarin het zich nu bevindt. Vroeger
had Huis Ten Bosch een luidklok met daarin gegoten ‘Soli
deo Gloria 1758’. Verder was erin gegraveerd
’T Schip de Jonge Jan’. In 1962 heeft de gemeente deze
klok meegenomen en de klok bevindt zich nu in het
Museum Maarssen. Einde citaat. Het Museum Maarssen is samen met het
Nederlands Drogisterij Museum te vinden bij het huidige gemeentekantoor bij het
fraaie Goudesteyn. Maar dan zouden we Maarssen al bijna weer uit wandelen en
zover gaan we vandaag niet.
Uiteindelijk lopen we terug over de Langegracht met zijn vele fraaie en oude grachtenpanden.
En vertoont mijn fototoestel nog steeds dezelfde kuren: onscherpe foto's in
vooral groen, geel, en paars. Wordt (helaas...) vervolgd. Bij de Vechtbrug
verlaten we Utrecht- en Waterliniepad en we lopen terug naar de auto. Goed tien minuten later zijn we
weer thuis. En zo sluit deze wandeling keurig aan bij
mijn eerdere etappes van het Utrechtpad.
| Vragen of reakties? | Naar Utrechtpad | Naar wandelingen | Naar boven |