Twentepad, etappes 7 - 12, Vasse - Denekamp
Vandaag, vrijdag 17 oktober 2003, loop ik de etappes 7 tot en met 12 met daarbij de opmerking dat ik etappe 7 begin bij de watermolen van Frans en dat ik etappe 12 eindig bij de bushalte aan de N342, de weg van Oldenzaal naar Denekamp. Mijn dagafstand komt hiermee op een kleine 22 kilometer.
| Wandeling | Foto's | Naar Twentepad | Naar wandelingen |
Om etappe 7 op te pakken, vertrek ik om 07:19 uur met de trein uit
Maarssen en hoop ik tegen tienen in Vasse aan te komen. Tijdens de
treinreis zit ik niet lekker. Hoofdpijn, ik rij "achteruit",
ik zit in het (achterste) gedeelte dat in Deventer blijft, en tot
overmaat van ramp "betrapt" de conducteur mij erop dat ik
voor 09:00 uur met korting reis. Helemaal niet aan gedacht, dus
excuses, netjes bijbetalen en in Deventer overstappen naar het
voorste gedeelte.
Al met al geen goede start. Gelukkig werken de NS en Connexxion mee.
Bus 64 van Almelo naar Vasse heb ik lange tijd voor mij alleen. Pas
buiten Almelo wordt het wat drukker. Ook stappen er twee keer mensen
in met het boekje van het Twentepad. Ze blijven echter in de bus zitten
als ik in Vasse uitstap. Ik ben benieuwd waar zij gaan lopen.
Het is inderdaad tien uur als ik mijn wandeling begin. Even een
gevulde koek en een appelrondje kopen bij de bakker en daar gaan we.
Ik verlaat Vasse via de Oosteriksweg richting de watermolen van Frans
en die bereik ik na een half uurtje lopen. Hier vind ik de eerste
markering van het Twentepad en na de watermolen te hebben bewonderd,
ga ik echt op "Twentepad".
Etappe 7 gaat al snel over in etappe 8. Ik zie een buizerd en enkele
"rood met witte stippen" paddestoelen. Het aantal
paddestoelen dat ik vandaag zie, valt me eigenlijk wat tegen. Zou dat
door de warme en lange zomer komen? Het landschap is golvend en aan
mijn linkerhand ligt Duitsland. Ik kan het niet laten en ik wip snel
even de grens over. Ook bij onze oosterburen schijnt de zon, waait er
een dun windje, en is het zo'n graad of 9.
Ik loop lekker, het tempo is voor mijn doen hoog. Ik verbaas mij
erover dat de "ongemakken" van de treinreis als in het niets
zijn verdwenen. Wat wandelen al niet doet. Ik kom twee
medebusreizigers tegen die in tegengestelde richting
lopen. Ik passeer de uitgebloeide heide van de Paardenslenkte en ik
geniet van de heerlijke dennengeur. De route is tot nu toe goed
aangegeven en vol afwisseling.
De brandtoren bij de Brandtorenweg, je moet het maar bedenken, is
duidelijk niet voor publieke doeleinden. Wel het nabij gelegen
grasveld en parkeerplaats. Hier zijn enkele gemarkeerde wandelroutes
uitgezet en het is wat drukker. Ik vervolg na een korte pauze mijn
route en ik loop richting het Springendal. Een grote bonte specht, wat
goudhaantjes, een tweetal boomklevers, en de gebruikelijke mezen. En
enkele grafheuvels die duidelijk zijn aangegeven.
Het Springendal
wordt beheerd door Staatsbosbeheer en is mooi. Gevormd in de laatste
ijstijd is dit erosiedal afwisselend droog en nat, hoog en laag,
voedselrijk en voedselarm. De liefhebber vindt hier een specifieke
flora. Het valt mij op dat er vandaag weinig water door het toch
brede dal stroomt.
En etappe 8 wordt even na elven etappe 9.
Na een viertal kilometers wandel ik zo maar het stadje Ootmarsum in.
Dit plaatsje heeft inderdaad stadsrechten. Gekregen in de 13e eeuw van
de bisschop van Utrecht. Ja ja, die ging hier vast ook al wandelen.
Voor mij tijd voor een broodje brie met koffie en melk bij Brasserie
Rien Schulten. Het is buiten op het terras uit de wind en in de zon
prima uit te houden. Onderwijl ik mijn "lunch" nuttig, kijk
ik terug op een vlot verlopen eerste gedeelte. En ik kijk naar de
veelvuldig aanwezige (fiets-) toeristen.
Ik begin om kwart voor twee aan etappe 10. Via een ommetje door een historisch
stukje Ootmarsum verlaat ik het leuke stadje.
Aan het begin
van de lange en kaarsrechte Alleeweg raak ik even in discussie met een
vijftal Ootmarsumse hangjongeren. Als ik passeer, merkt er één op "die is gek". Ik reageer hierop met "wie is
hier gek" en we raken gezellig aan de praat. We hebben het over de in mijn ogen
leuke en in hun ogen minder leuke kanten van het wandelen. Met als
resultaat dat ze mij toch enigszins bewonderend nakijken als ik even
later mijn weg vervolg. Die jeugd van tegenwoordig, ook best aardig.
Het landschap is duidelijk veranderd. Het bos- en heuvelachtige is weg
en mijn pad voert nu vooral langs akkers en (kleinschalige) weilanden
met koeien. Om kwart voor drie loop ik door de restanten van de
Huneborg. Deze borg stamt vermoedelijk uit de 12e eeuw en ook hier
heeft de bisschop van Utrecht een hand in gehad. Met wat fantasie zie
je hier de ridders nog kempen om de gunsten van schone jonkvrouwen. Nu
wordt de stilte verstoord door een juffrouw die al zingend meent dat
ik niet zonder haar kan. Nu, als ik haar zo hoor valt dat ten zeerste
te betwijfelen. Deze voor vandaag enige verstoring van mijn wandelrust
is afkomstig uit een boerenschuur waar iemand de radio lekker hard
heeft staan. Ieder zijn meug zullen we maar zeggen.
Na de Huneborg begint etappe 11. Die gaat onder andere een stukje
langs het kanaal Almelo-Nordhorn. En dit doet mij veel denken aan een
deel van etappe 2. Er
staat een uitnodigend bankje en gezeten in de zon geniet ik van een
welverdiende pauze. Na deze aangename onderbreking ga ik om vijf over
drie verder en dit keer steek ik het kanaal over via een echte brug.
Even later wandel ik langs de Voltherbeek. Ik krijg het gevoel dat
iedere keer als ik langs dit soort beekjes loop of de oevers net zijn
omgeploegd of dat de vaak gekanaliseerde beken net zijn schoongemaakt.
Dit keer loop ik dus door de rottende resten van waterplanten die her
en der over het paadje liggen.
Na de Voltherbeek komt de Dinkel in beeld. Eerst passeer ik de
watermolen van Singraven. Aldaar is een druk bezocht pannenkoekenhuis.
Kwam ik na Ootmarsum geen wandelaars meer tegen, hier rond Huize
Singraven is het weer drukker. Ik passeer Huize Singraven en zo kom ik
op bekend terrein en op etappe 12. Meer hierover is te lezen in mijn
verslag van januari 2003.
Het is bij vieren en ik ben ruim op tijd voor de bus van 17:04 uur. Ik
heb nog tijd voor een pauze aan het water van de Dinkel en daar doe ik
mijn inmiddels aardig vermoeide voeten een groot plezier mee. Na de
laatste loodjes over de Borgbosweg sluit ik mijn afwisselende wandeling af bij
de bushalte tegenover hotel-restaurant Dinkeloord.
Bus 62 brengt mij naar Oldenzaal. Vandaar trein ik via Hengelo naar
Almelo en na een koffie met gebak bij het jarige vriendje van Marlies
reizen we samen vlotjes terug naar huis.
| Vragen of reakties? | Naar Twentepad | Naar wandelingen | Naar boven |