Trekvogelpad, etappes 44, 45, en 46

Deze pagina bevat het verslag van de etappes 44 tot en met 46 die ik heb gelopen op 7 augustus 2003 op een warme, zeer warme donderdag. Mijn wandeling loopt van de Loenense Waterval (bij Loenen op de Veluwe) naar het plaatsje Brummen dat aan de IJssel ligt.

Tijdens mijn wandelingen krabbel ik meestal wat notities op de meegenomen reisschema's. Zo ook dit keer. Aan de hand van deze vaak niet erg leesbare aantekeningen werk ik vervolgens een verslag uit met mijn ervaringen. Dit keer heb ik de notities tijdens mijn pauzes gemaakt. Hier volgt mijn verslag.


Wandeling Foto's Naar Trekvogelpad Naar wandelingen

10:00 uur, busstation Apeldoorn.
Samen met Marlies heb ik de trein van 08:17 uur uit Maarssen genomen. Na een vlotte reis, inclusief de gebruikelijke overstap in Utrecht met espresso, arriveert onze trein om vijf over half tien in Apeldoorn. Marlies reist door naar Almelo en ik wacht in de schaduw van een boom op bus 43 die mij naar het begin van mijn wandeling moet brengen. Tot Amersfoort was het best druk in de trein, daarna niet meer. De zon schijnt ook hier in Apeldoorn volop, er waait een beetje wind, en het begint al aardig warm te worden.

10:30 uur, de Grote Waterval.
Het eerste stukje zit erop en ik sta in de koelte van de Grote, volgens de buschauffeur de Loenense, Waterval. Bus 43 heeft mij in 23 minuten tot vlakbij het punt gebracht waar ik etappe 44 oppak. Mijn wandeling start waar het Trekvogelpad de Loenense Weg kruist. Hier mis ik ongeveer 1½ kilometer want het begin van etappe 44 ligt middenin het bos. Eigenlijk een vreemde plaats voor een startpunt. Het lijkt mij logischer om de begin- en eindpunten zo dicht mogelijk  bij openbaar vervoer te plaatsen. Maar ach, kaartje erbij, zelf even nadenken en dan lukt het ook wel.

Het is in dit deel van het bos aardig druk, vooral veel fietsers en waterval-bezoekers. Verwacht hier echter geen bruisende wilde waterval want dan kom je bedrogen uit. De Grote Waterval is, evenals zijn wat zuidelijker gelegen kleine broertje, een door mensenhanden aangelegde waterval in de Vrijenberger Spreng. Een spreng is een door mensen gegraven beek. Vroeger deed men dit om hoogteverschillen te overbruggen waarbij men het snelstromende water kon gebruiken voor het aandrijven van koren- en oliemolens. In de 16e en 17e eeuw gebruikte de papierindustrie deze waterkracht, en nog later, begin 20e eeuw, namen wasserijen het gebruik van deze schone energie over. Thans beheert Rijkswaterstaat de spreng als watertoevoer van het Apeldoorns Kanaal.

12:10 uur, terras café-restaurant De Korenmolen.
Heerlijk op het in de schaduw gelegen terras aan de espresso met appelgebak. Tot nu toe is de gestaag oplopende temperatuur goed te verdragen, mede omdat ik tot nu toe veel in de schaduw heb kunnen lopen. En omdat ik veel drink.

Vanaf de waterval gaat het eerst een stuk door het bos, de oostelijke rand van de Veluwe. Al snel, veel te snel naar mijn zin, gaat dit over in landelijker en meer open gebied. Gelukkig staan langs de meeste wegen en paden bomen die lekker schaduw bieden. Soms loop ik dan ook links en dan weer rechts van de weg, al naar gelang aan welke kant de bomen staan. Toch is mijn shirt al aardig nat aan het worden.

Even voorbij Loenen stap ik rond 11:35 uur over de oude spoorlijn Apeldoorn-Arnhem van etappe 44 naar 45. Het is rustig op wat fietsers na. Ik bekijk drie rondcirkelende buizerds en tegen twaalven passeer ik Eerbeek. Bij een tuinierende meneer vul ik mijn drinkbeker en kan ik weer even vooruit. De beste man waarschuwt me voor het gedeelte richting Hall. Daar zou weinig schaduw zijn. We zien wel.

Na een vluchtige blik te hebben geworpen op Huis te Eerbeek is het nu dus tijd voor een pauze bij het geopende café-restaurant bij de Eerbeekse watermolen. En het is tijd om te beslissen wat te doen. De hitte trotseren en doorlopen naar Brummen, ca. 7 kilometer, of de pijp aan Maarten geven, een bus opzoeken en stoppen met wandelen. Ik kan geen Maarten vinden dus na 20 minuten rust ga ik op weer stap.

Voordat ik verder ga even wat wetenswaardigheden.

De Spoorlijn Apeldoorn-Arnhem werd in 1887 geopend en was aangelegd met steun van koning Willem III. Na de tweede wereldoorlog werd het onrendabele lijntje gesloten. Nu wordt de spoorlijn 's zomers gebruikt door een  toeristisch stoomtreintje.

Huis te Eerbeek stamt uit de middeleeuwen, is in de 19de eeuw grondig gerenoveerd, is sinds 1942 eigendom van Het Geldersch Landschap, en doet thans dienst als hotel en conferentieoord.

De Eerbeekse Watermolen is bijzonder omdat het rad draait doordat het water er van bovenaf op valt. De watermolen is te vinden en (eventueel) te bekijken bij café-restaurant De Koremolen.

Het Apeldoorns Kanaal verbindt Apeldoorn met de IJssel. Het kanaal was ooit van belang voor de papierindustrie maar sinds 1972 ligt het alleen nog maar te liggen.

13:35 uur, toegangshek bij Huize Leusveld.
Ruim een uur na mijn vorige pauze is het tijd voor wat brood. Ik zit op een toegangsbalk bij Landhuis Leusveld en kijk terug op het zwaarste gedeelte van de wandeling. De beste man uit Eerbeek had helemaal gelijk met zijn waarschuwing. De kilometers rond Hall bieden weinig beschutting tegen de brandende zon en ik ben blij als ik de beschutting van Landgoed Leusveld bereik. Naast beschutting is het landgoed mooi. Geen wandelaars, wel fietsers en wat boomklevers. Het landgoed wordt beheerd door Natuurmonumenten.

Mijn tempo ligt, gelet op de inmiddels tropische warmte, alleszins redelijk en ik ben inmiddels zo'n twintig minuten bezig met mijn laatste etappe. Terwijl mijn drijfnatte shirt op een paal hangt te drogen, bekijk ik de routekaart van etappe 46. Ik heb thuis namelijk gezien dat op Landgoed Leusveld een ven, het Turfveen, ligt maar het is op het kaartje niet goed te zien of je daar makkelijk bij kan komen. Want met in gedachten het heerlijke Hondenven, klik hier voor het verslag van etappes 1-4 van het Twentepad, hoop ik aan het Turfveen wat verkoeling te kunnen vinden. Ik besluit de gok te nemen en ga op zoek naar het ven.

14:45 uur, picknicktafel aan de Knoevenoordseweg.
Nu ik hier op de picknickbank zit, heb ik het even gehad. Het ommetje langs het Turfveen valt tegen. Niet het ven zelf, hoewel niet geschikt voor een verfrissende afkoeling, maar het bereiken ervan. Ik heb het Trekvogelpad bij Landhuis Leusveld even gelaten voor wat het is en na veel vijven, zessen en brandnetels heb ik een oever van het Turfveen bereikt. Soms een toegangsbord negerend, soms een sloot over, soms onder prikkeldraad door. Achteraf, da's altijd makkelijk praten, zou ik het ven niet hebben ge-/bezocht.

Helemaal verloren zijn de extra 2 à 3 kilometers nu ook weer niet want ik word voor mijn moeite beloond met een ontmoeting met twee reeën die ik mooi heb kunnen bekijken. Helaas namen zij de benen toen ik bewoog om mijn fototoestel te pakken. Bij een boerin die bezig is kalfjes van water te voorzien, heb ik mijn geslonken voorraad water bijgevuld en dat was hard nodig.

Onderwijl ik de treintijden vanuit Brummen bekijk, geniet ik van een halve liter lauwe cola en eten. Ik denk dat het de trein van 10 over vier gaat worden en dat is eigenlijk later dan ik van te voren heb ingeschat. Mijn shirt is weer bijna droog dus maar snel verder.

15:41 uur, in de trein naar Arnhem.
Na een fikse eindsprint heb ik toch de trein van 15:40 uur gehaald. Het stuk van de Knoevenoordseweg tot het NS-station in Brummen valt mee en biedt veel schaduw. Via een afwissellende omgeving kom ik al snel in het park van Engelenburg. Dit park is in 1642 aangelegd en bevat voor de liefhebber enkele bijzondere bomen waaronder de oudste bruine beuk van Nederland. Ik loop langs de golfbaan waar een grote tuinsproeier het gras groen houdt. Het is dat er enkele golfers bezig zijn anders had ik een verkoelende douche genomen. Toch frappant hoe hier met het water wordt omgegaan want terwijl de slootjes en vijvers op het bijbehorende landgoed vrijwel droog staan, wordt de golfbaan ruim besproeid.

Ik zit aardig te zweten maar ik heb toch een voldaan gevoel over deze wandeling. Soms verharde ondergrond, soms zand- of graspaadjes, afwissellende omgevingen, gezellige dorpjes, en mooie landgoederen hebben mij tot in Brummen gebracht. Omdat ik direkt naar het NS-station van Brummen ben gelopen, mis ik wel een kilometertje van etappe 46 en sluit ik niet aan op mijn eerdere tocht die stopte aan de overkant van de IJssel. Hier ontstaat een hiaat in mijn Trekvogelpad. Honden kunnen de hele route mee maar op sommige delen moeten ze aan de lijn blijven.

18:30 uur, thuis.
Viel het wandelen niet tegen, de terugreis werd er één met hindernissen en ik ben een uur later thuis dan de bedoeling was. Tot Arnhem ging het nog goed. Daar overgestapt in de trein naar Utrecht en tot Maarn geen probleem. Maar toen werd omgeroepen dat de trein voorlopig niet verder ging in verband met een bermbrand in de buurt van Driebergen. En dan begint het wachten en wordt het in de trein warmer en de berichtgeving onzekerder. Grappig is wel dat op zulke momenten er een bepaalde saamhorigheid tussen reizigers, die tot dan niet of nauwelijks contact met elkaar hebben, ontstaat. Om een lang verhaal kort te maken, via een extra overstap op station Driebergen arriveer ik net te laat voor een aansluiting op Utrecht Centraal. Daar blijk ik niet de enige te zijn met vertraging. De ene na de andere vertraging en annulering wordt omgeroepen. Gelukkig hoef ik niet ver meer.


Vragen of reakties? Naar Trekvogelpad Naar wandelingen Naar boven