Trekvogelpad, etappes 30 - 27, Amerongen - Maarn

Ter afsluiting van een succesvol wandeljaar loop ik met wandelvriend Ed op vrijdag 30 december 2005 de vier etappes die ons van Amerongen naar (station) Maarn brengen. Hierdoor wordt voor mij een denkbeeldige link gelegd die etappes 19 tot en met 34 aan elkaar verbinden. En Ed en ik kunnen weer eens even met elkaar bijpraten.


Wandeling Foto's Naar Trekvogelpad Naar wandelingen

Een weeralarm. Dat is wat het KNMI afgeeft voor onze geplande wandeldag. Sneeuw en vooral ijzel zullen voor grote problemen voor verkeer en openbaar vervoer gaan zorgen. Ja, en wat moet je dan? Telefonisch overleg op de avond voor onze wandeling geeft geen uitsluitsel. Dus spreken we af dat we elkaar de volgende ochtend nogmaals zullen bellen en ondertussen hoop ik voorzichtig op het doorgaan van de wandeling. Vrijdagochtend sta ik om zes uur op en ik kijk snel op Teletekst naar de weersverwachting. Die is nog hetzelfde: weeralarm, maar zoals het wordt voorspeld worden de mogelijke problemen pas in de loop van de dag verwacht. Voor ons betekent dit dat we met een redelijk gerust gevoel op pad kunnen gaan. En ach, af en toe een beetje risico kan geen kwaad, toch? Voor de zekerheid bel ik even over zeven naar Ed maar er wordt niet opgenomen. Hij belt een paar minuten later terug en we besluiten het erop te wagen.

Ik fiets naar het station van Maarssen, kom nog altijd niet de bewaakte fietsenstalling binnen, en stal mijn nieuwe fiets noodgedwongen buiten. Ik tover de treinkaartjes naar Driebergen Zeist uit de NS-automaat en om kwart voor acht arriveert Ed. Ik had hem wakker gebeld want zijn wekker was niet afgegaan. Ja ja. Volgens planning vertrekken we om 07:49 uur richting Utrecht waar we moeten overstappen richting Driebergen. Helaas heeft die trein vertraging. We maken van de nood een deugd en we halen op deze frisse vroege morgen een warme kop koffie. Door de vertraging missen we in Driebergen de geplande bus die ons naar Amerongen zou moeten brengen. Dan maar even een toilet opzoeken en ik koop twee "vervangende" Marssen voor de twee die ik thuis in de koelkast heb laten liggen. Ondertussen staat bus 51 klaar die ons om 08:34 uur naar Amerongen brengt.

Het is twaalf over negen als we in Amerongen de bus verlaten en ons klaarmaken voor de wandeling. We besluiten om het gedeelte dat langs Zuylenstein gaat over te slaan. Dit hebben we al eerder gelopen. Zie hiervoor etappes 30 en 31. Nu volgen we de koude Lekdijk die op deze vrijdagmorgen nog best druk is met autoverkeer. We genieten van het mooie zicht over de uiterwaarden richting de Lek. En we zien drie grote zilverreigers. Zowaar een goed begin.

Winterse omstandigheden maar wel mooi. Het is hier bovenop de dijk waar de wind vrij spel heeft wel koud. We zijn dan ook blij als we na een goede twee kilometer rechtsaf de dijk verlaten. Dit is tevens het punt waar we etappe 30 oppakken.

Langs een boerderij met een blaffende hond (en die bijten niet ...) wandelen we over de Hollandse Laan richting de Ameronger Wetering. Daar gaan we linksaf. Hier is het oppassen voor het autoverkeer. Een stukje verder zien we twee reeën die over de kale akkers hun weg vinden. Die vinden wij ook en waar etappe 30 overgaat in 29 lopen we de Gooyerdijk op.

Langs boerderijcamping Wildzicht komen we bij het Landgoed Broekhuizen. Dit landgoed heeft een fraai park maar het huis zelf ziet er van een afstandje aardig verwaarloosd uit. Er komt rook uit een schoorsteen wat ons doet concluderen dat er nog wel gewoond wordt. En we vragen ons af wat je met zo'n groot huis zou kunnen beginnen. Wij komen er niet uit.

Wel zijn we uit het landgoed en dat is een mooi moment voor een kop koffie met koek. We bevinden ons aan de rand van de Utrechtse Heuvelrug, bij de Darthuizerberg om precies te zijn. Onder het lopen valt het met de kou reuze mee maar als we even stilstaan, koelen we hard af. We pauzeren daarom maar kort en vervolgen onze tocht. Als we over de Zandweg wandelen, zien we aan de linkerkant een soort dijk. Dit blijkt een oude dekzandrug te zijn. Dit is een langgerekt duin dat in de laatste ijstijd door de wind in het dekzand is gevormd. We zien kieviten en die verwacht je in dit jaargetijde eigenlijk niet. Het zullen wel gasten uit het noorden zijn die er vast geen weet van hebben dat wij inmiddels op etappe 28 van het Trekvogelpad zijn beland. En om bij de vogels te blijven, we zien ook nog een groene en een grote bonte specht.

We lopen inmiddels weer op de Gooyerdijk langs de Gooyerwetering. Deze laatste vangt vooral water op dat van de Heuvelrug komt. Dit in tegenstelling tot de Langbroeker Wetering die we even later oversteken door de poort van de voormalige middeleeuwse ridderhofstad Groenesteyn.

De Langbroeker Wetering zorgt vooral voor de ontwatering van de sloten die tussen de landbouwpercelen liggen. Door de helling van het terrein, we zitten immers tegen de rand van de Heuvelrug aan, wateren de sloten op natuurlijke wijze af in de Langbroeker Wetering.
Tijd voor koffie.

Nu zou je verwachten dat we langs de Langbroeker Wetering zo naar het plaatsje Langbroek zouden lopen maar de route heeft eerst een verrassing in petto. We maken een drassig ommetje waardoor we zicht krijgen op de overblijfselen van de volgende ridderhofstad, Walenburg. Ook Sandenburg hoort in dit rijtje thuis maar daar zien we niets van. Deze keten van ridderhofsteden, waarbij ook Lunenburg en Moersbergen bij horen, zorgden in de middeleeuwen voor de verdediging van Utrecht tegen vooral die lui van Gelre. Heden ten dage valt er niet veel meer te verdedigen en worden de meeste huizen "gewoon" bewoond.

Vlak voordat we Langbroek bereiken, wacht ons nog een verrassing. Naast ons stopt een auto, het raampje wordt opengedraaid en een vriendelijk vrouwspersoon vraagt ons of wij oliebollen willen kopen. En we mogen er best ook eentje proeven. Dat laatste doe ik. Ed slaat het aanbod af want, zo verklaart hij even later, hij mag van zijn vrouw niets aannemen van andere vrouwen. Da's jammer want de bol smaakt prima. Aardige mensen daar in Langbroek. Minder aardig is dat de verwachte horeca (nog?) gesloten is dus moeten we op de welverdiende koffie met appelgebak wachten tot we in Doorn zijn.

Voordat we daar zijn passeren we de eerder genoemde ridderhofstad Lunenburg en als we op de Rhodensteijnse Laan lopen, is het tijd voor een eet- en drinkpauze. Het is dan bijna één uur. Brood en thee smaken ons prima en een roodborstje snoept een kruimeltje brood mee. Als we verder lopen stopt er een inmiddels welbekende auto naast ons ... En ja hoor, weer oliebollen. Ik accepteer er graag nog één. Ed weigert weer en als ik verklap dat hij niets van vreemde vrouwen mag aannemen, geeft de slimme dame inzake de zak met oliebollen aan haar mannelijke metgezel en Ed kan nu niet langer weigeren. Ja ja Carla, zo gaat dat. Smullend lopen we verder.

Als we bij de Pittesteeg tegen een hek aan lopen, denken we in eerste instantie dat dit toebehoort aan Huis Doorn. Hierdoor raken we aan het twijfelen welke kant we op moeten maar als we het hek aan de linkerhand houden, blijkt dat we goed gaan. Het hek hoort bij het Militair revalidatie centrum. Huis Doorn komen we pas later tegen. Het is inmiddels twee uur en ondanks donkerdere luchten is het nog altijd droog. En koud.

We zijn het erover eens dat het zicht op de kerk van Doorn wordt ontsiert door lelijke nieuwbouw en daarom stappen we maar gauw door een poortje het park van Huis Doorn binnen. Het huis zelf zien we van een afstand en na een stukje door de tuin te hebben gewandeld, verlaten we het terrein via de hoofdpoort. We gaan op zoek naar horeca met warme koffie. Er is veel dicht in Doorn maar in café-restaurant De Notabelen vinden we een warme pleisterplaats. En koffie met appelgebak, eindelijk.

Huis Doorn. Huis Doorn is vooral bekend als ballingsoord van de Duitse keizer Wilhelm II die hier in 1918 zijn toevlucht nam nadat Duitsland de Eerste Wereldoorlog had verloren. Dit gaf de Nederlandse regering de nodige problemen vanwege de Nederlandse neutraliteitspolitiek. Uiteindelijk mocht de keizer Huis Doorn kopen en hij heeft hier tot zijn dood in 1941 gewoond.
In het in 1945 door de Nederlandse staat geconfisqueerde huis is heden ten dage een museum gevestigd.

Na een genoeglijk half uurtje in De Notabelen zoeken we de kou weer op. De laatste loodjes moeten ons naar het station van Maarn brengen. Al snel verlaten we Doorn en we wandelen door de Kaapse Bossen, een meer bosrijke omgeving dan waar we tot nu toe hebben gelopen. Ook is het heuvelachtiger en dat komt doordat we de Utrechts Heuvelrug "beklimmen". Dit maakt deze etappes afwisselend genoeg om van een leuke tocht te kunnen spreken. 

Via de St. Helenaheuvel waar het aanwezige restaurant gesloten is, slingeren we richting onze eindbestemming. Om even over half drie bereiken we de bebouwing van Maarn. Deze plaats vormt sinds 1 januari 2006 samen met de tot dan zelfstandige plaatsen Amerongen, Doorn, Driebergen-Rijsenburg, en Leersum de nieuwe gemeente Utrechtse Heuvelrug. Echt blij zijn (een deel van) de inwoners daar nog altijd niet mee. Zo ook niet de dame die ons wijst op het niet zo lang geleden gerestaureerde voormalige gemeentehuis dat er nu fraai maar doelloos bij ligt. Over verkwisting van gemeentegelden gesproken.

Om 15:45 uur zijn we bij het station waar de treinen tot onze opluchting nog steeds rijden. Zes minuten later reizen we naar Utrecht. Daar vinden we enige chaos omdat het openbaar vervoer met name in Zuid Holland hevig hinder ondervindt van het winterse weer dat daar al heeft toegeslagen. Wij komen zonder problemen per trein naar Maarssen en na afscheid te hebben genomen van elkaar en van een frisse doch fijne wandeldag ben ik tegen de klok van vijven weer thuis. Het weeralarm blijkt niet voor niets te zijn gegeven maar gelukkig zijn ons problemen bespaard gebleven.


Vragen of reakties? Naar Trekvogelpad Naar wandelingen Naar boven