Terug naar de oertijd
langs de
Oostvaardersplassen
Een
enorme oppervlakte aan ruige natuur, overweldigend, groots en gevarieerd. In de
Oostvaardersplassen krijgt
wandelredacteur Paul Böhre (Grasduinen) al snel een oergevoel - terwijl dit
moerasgebied nog maar dertig jaar jong is!
| Wandeling | Foto's | Naar wandelingen |
Bovenstaande tekst uit het blad Grasduinen is voor Ed en
mij uitnodigend, of misschien wel uitdagend genoeg om op zaterdag 31 mei 2003
ons wandelgeluk te gaan zoeken bij de Oostvaardersplassen. Voor wie niet weet
waar de Oostvaardersplassen liggen, moet dit gebied zoeken in Flevoland en wel
ten zuidwesten van Lelystad en ten noordoosten van Almere. Ed en ik rijden met
de auto vanuit Maarssen in een krap uurtje naar het Informatiecentrum
Oostvaardersplassen alwaar deze 14,5 kilometer lange wandeling zijn startpunt
heeft. Op de parkeerplaats staan tot onze verrassing al de nodige auto's. Het
moet hier wel een bijzonder gebied zijn.
De route is beschreven in Grasduinen van april 2003 en volgt o.a. de met
gekleurde paaltjes bewegwijzerde routes Zeerarend en Krakeend. Verder gaat de
route door het bosgebied Hollandse Hout. Het Informatiecentrum van
Staatsbosbeheer ligt als de bekende spin in het web waardoor de route in
verschillende varianten of afstanden is te lopen.
Om kwart over acht beginnen wij onze wandeling na eerst een zelf meegenomen
kop koffie te hebben genuttigd. Het eerste stuk van de route is evenredig druk
aan de aantallen auto's die wij op de parkeerplaats zagen. Echter. Of het zijn
zondagswandelaars die alleen de 5 kilometer lange Zeearendroute lopen,
of het zijn (vroege) vogelaars die voorzien van grote verrekijkers/telescopen
op weg zijn van of naar één van de observatiepunten.
We lopen langs een observatiehut die uitkijkt over de Keersluisplas maar daar
valt door het hoge riet niet veel van te zien. Over wat bruggetjes gaan we
richting het oerbos. Vanaf de bruggetjes zien we regelmatig flinke karpers in
het water. Ook zien we (kuif-) eenden en wat futen. We horen de eerste koekoek
en even later krijgen we die ook te zien. Zowaar een goed begin. Als onze
wandeling rechtsaf de Zeearendroute verlaat, komen we in een rustiger en mooi
gedeelte. Het landschap doet mij denken aan het Lauwersmeergebied. Ik vind de
Oostvaardersplassen echter wat afwisselender en ruiger, minder duidelijk door
mensenhanden gemaakt.
| We passeren een kudde
Konikpaarden die we rustig links laten liggen, en we zien onze eerste
kluut. Mooie vogel is dat toch. In de verschillende rietkragen horen we
allerlei andere vogels die we echter bijna nooit zien. Laat staan dat we
ze herkennen. We lopen evenwijdig aan het Hoofddiep tot aan het punt waar een trekpontje op de wal ligt. Ondanks de opkomende neiging om hier verder rechtdoor te wandelen, volgen we onze routebeschrijving en we keren terug in het oerbos. |
![]() |
Wat ik daarnet zei over "door mensenhanden
gemaakt", gaat zeker niet op voor dit bosgebied. Het bos is zo'n beetje
het enige van Europa dat niet beïnvloed is door mensen. Het is bijna niet
te geloven maar alle bomen zijn hier vanzelf spontaan opgekomen toen dit
polderland ca. 30 jaar geleden in afwachting was van een definitieve
bestemming. Uiteraard moest daarvoor eerst wel de Zuiderzee worden
ingepolderd. Maar bijzonder is het wel. Helaas vinden ook muggen dit oerbos
heel aantrekkelijk. Nog dagen na de wandeling worden we door jeukende
souveniertjes herinnerd aan dit bijzondere bos.
Na een uurtje wandelen, komen we via het bos bij observatiehut De Zeearend.
En observatiehut is hier maar een flauwe benaming voor deze grote twee
etages hoge en van ramen voorziene uitkijkpost. Achteraf, nadat we nog
enkele andere observatiehutten hebben bezocht, zijn we van mening dat het
gesloten karakter van deze hut, zo hoor je bijna niets van buiten en voel je
ook de wind niet, wel afbreuk doet aan het geheel. Wat gelukkig wordt goed
gemaakt door de grote aantallen reeën, edelherten en Heckrunderen die op de
landbouwgronden aan de overkant van het water zijn te zien. Een (goede)
verrekijker is hierbij wel nodig, maar dan weet je ook niet wat en hoeveel
je allemaal ziet.
We lopen verder door het bos en we komen bij de volgende hut. Deze hut,
Wigbels-eiland/uitkijkpunt, is meer zoals je van een observatiehut verwacht.
We nemen hier een eet-, kijk-, en drinkpauze van een halfuur waarna we nog
altijd de Zeearendroute volgend terug lopen richting het Informatiecentrum.
En ik zie een Kleine Bonte Specht. Eerst duidelijk in een boom en even later
als hij wegvliegt. Een paar passerende vogelaars daarmee jaloers
achterlatend lopen we langs het Infocentrum waar de parkeerplaats inmiddels
bijna vol is. En ja, even een kritische noot tussendoor. Hoe moeilijk is het
toch voor sommige mensen om een auto op de daarvoor bestemde plaats te
parkeren. Ook hier weer. Ondanks dat er voldoende parkeerplaatsen vrij zijn,
deze liggen echter wel wat verder weg, presteren verschillende
"natuurliefhebbers" het om hun auto op het gras vlakbij het
Infocentrum te parkeren. Je zal maar eens een meter te veel moeten lopen.
Zo, dat zijn we weer kwijt en we kunnen verder met de wandeling.
En die blijft boeiend. We wandelen een stukje over de Knardijk, wel even
uitkijken en netjes links lopen, en na een paar honderd meter duiken we de
Hollandse Hout in. Op dit punt goed opletten hoe de route gaat en dan zien
we een heel ander soort bos dan het oerbos van daareven. Hier is duidelijk
dat we nu in een productiebos lopen want de bomen staan mooi in rijtjes. Wel
probeert Staatsbosbeheer hier wat aan te doen en dat lijkt aardig te lukken.
Helaas zien we geen appelvinken die hier in groten getale zouden broeden.
Onder de spoorlijn door gaat het richting het Scheepswrak. Dit valt echter
tegen. Een met gras begroeid heuveltje waar een oud geconserveerd
scheepswrak onder zou liggen. Het zal wel. En het is heerlijk zonnig, zelfs
warm weer, zo rond half twaalf. Op het punt waar de route het bos verlaat en waar we volgens de
routebeschrijving na twee keer linksaf langs een greppel zouden moeten
lopen, zoeken we snel een alternatief. Want het ziet er naar uit dat we
enkele honderden meters over een wel heel smal spoor temidden van hoge
brandnetels door moeten om verderop de dijk op te kunnen. We keren op onze
schreden terug, lopen even een stukje door het bos, om vervolgens op een
fietspad uit te komen dat ons zonder problemen op de dijk brengt. Tussen de
brandnetels verrasten we wel een ree die er geschrokken vandoor ging.
Als we bovenop de Knardijk lopen, voelen we hoe warm het ondertussen is
geworden. Tijdens de wandeling ervaren we regelmatig een heerlijke rust die
slechts wordt verstoord door een enkele passerende trein of een overvliegend
vliegtuig. In de verte zien we de wegwijzer van de Krakeendroute die we even
later volgen. We wandelen nu door het Praamweg gebied dat na het bos weer
natter en moerassiger is. Het is kwart over twaalf, we zijn inmiddels al
vier uur onderweg, als we bij observatiehut de Krakeend arriveren.
| In de hut heerst een weldadige koelte en we genieten een half uur lang van een welverdiende pauze. En van de aanwezigheid van een grote zilverreiger die verderop langs het water is te zien. Wat is deze vogel toch mooi wit. Na deze "afkoelingsperiode" lopen we verder rond de plas en we komen bij alweer een observatiehut, De Poelruiter. Hier sluipen we snel weg want we willen niet storen in de activiteiten van een drietal mannen met fantastische fotoapparatuur. | ![]() |
We steken de Praamweg over en lopen een stuk
evenwijdig aan de spoorlijn. Langs dit pad staan aan weerszijden nog jonge
bomen en Ed merkt op dat dit graspad over een paar jaar in een prachtig
laantje zal zijn veranderd. Niet veel later komen we op de Knardijk en het
is kwart voor twee als we terug zijn bij het Informatiecentrum. Dat
bezoeken we ook nog even en we laten ons door een meisje van een jaar of
twaalf uitleggen welke vogels er allemaal zijn te zien door de telescoop
die een blik geeft op het vogelleven in de Keersluisplas.
Na een plas gaan we richting auto en even later rijden we op de Knardijk.
Kwamen we vanochtend vroeg uit de richting van de A6 (Amsterdam-Emmeloord),
nu rijdt Ed "linksom" richting IJsselmeer waarbij we volgens hem
nog een observatiehut kunnen bezoeken. Of we er geen genoeg van kunnen
krijgen. Veel vogels zien we daar niet maar een ijsje van de op de dijk
aanwezige ijscoboer maakt dat goed. Via de IJsselmeeroever rijden we terug
richting Almere. Onderweg zien we aardig wat Aalscholvers, een Lepelaar,
en, als zijn het kilometerpaaltjes, veel Blauwe Reigers. We zijn het
erover eens dat deze wandeling ons goed is bevallen en voor wat mijzelf
betreft, ik denk dat ik in de toekomst best nog eens zal gaan wandelen in
dit afwisselende en mooie gebied. Noot: dinsdag
5 juni 2007 heb ik hier inderdaad weer met veel plezier gewandeld
en van de natuur genoten.
![]() |
Klik hiernaast op één van de bomen van Staatsbosbeheer voor meer informatie over de Oostvaardersplassen. |
Voor hondenbezitters is deze wandeling met de hond
helaas niet weggelegd. Honden zijn slechts (beperkt) toegestaan in de
Hollandse Hout, verder niet. Tijdens onze wandeling waren alle paden
droog en goed te belopen. Ik kan me voorstellen dat dit tijdens of
na natte perioden wel eens anders kan zijn. Laarzen aan in dat geval.
| Vragen of reakties? | Naar wandelingen | Naar boven |