Ligtenbergerveld (Rijssen - Holten)
| De NS beschrijft deze route als volgt: | ![]() |
Na het verlaten van
Rijssen wandel je over rustige wegen tussen de graslanden door. Je komt onder
meer langs de Zunasche Heide, een voormalig heidegebied wat in de toekomst weer
natuurgebied zal worden. Het vlakke graslandgebied van Het Ligtenbergerveld is
een eldorado voor weidevogels als grutto en tureluur. Na dit open landschap
bereik je de Sallandse Heuvelrug en vervolg je je weg verder door het bos. Langs
een Canadese begraafplaats daal je via een fraaie beukenlaan af naar station
Holten.
Hier
wil ik het volgende aan toevoegen. In april 2008 stond in Grasduinen een
artikel over Twin-travel.
Dat is een reisorganisatie die vakanties, fiets- en wandeltochten organiseert
voor visueel gehandicapten. Na het lezen van het artikel heb ik mij opgegeven
als begeleider bij wandeltochten. En in die hoedanigheid loop ik op zaterdag 14
juni 2008 de 16 kilometer variant van de Ligtenbergerveld-wandeling
met een groep blinden en slechtzienden. Lees hieronder mijn verslag.
| Wandeling | Foto's | Naar wandelingen |
Station Rijssen is niet alleen het beginpunt van de
NS-wandeling maar ook de logische verzamelplaats voor de 8 blinden/slechtzienden
en hun 8 begeleiders. Het tijdstip van verzamelen is 11:19 uur, de aankomsttijd van
de stoptrein uit Deventer/Apeldoorn. Omdat het
voor mij de eerste keer is, en omdat ik graag op tijd ben, stap ik om kwart over acht op de fiets naar station
Driebergen-Zeist. Vandaar reis ik per trein met overstap in Utrecht en Apeldoorn
naar station Rijssen alwaar ik keurig volgens planning om 10:19 uur arriveer. Ik
moet zeggen dat ik voor deze wandeling meer gespannen ben dan gebruikelijk
want ik weet niet goed wat mij vandaag te wachten staat. Onderweg heb ik
besloten om alles maar gewoon over me heen te laten komen om zo te ervaren
hoe zo’n wandeling gaat.
In Rijssen ben ik niet de enige die uit de trein stapt. Ook Susan, reisleidster
van de groep, en Simon, één van de slechtzienden, blijken in dezelfde
trein te hebben gezeten. Ik loop naar hen toe en we maken kennis. Omdat we ruim
op tijd zijn en omdat er op het station geen gelegenheid is om een kop koffie of
thee te nuttigen, besluiten we naar het centrum van Rijssen te wandelen. Dit is
voor mij een mooie gelegenheid om te zien hoe Simon door Susan wordt begeleid.
Gearmd lopen zij naast elkaar waarbij Susan af en toe een waarschuwing geeft als
er bijvoorbeeld een stoep af of op wordt gegaan. Dat gaat zo te zien vanzelf en
soepeltjes. In het centrum is nog niet alles open maar uiteindelijk vinden we
een café waar Simon en ik even later aan de koffie zitten. Susan is inmiddels
terug naar het station om de volgende deelnemers op te vangen.
Na de koffie gaan Simon en ik ook weer die kant op. Op het station zijn
inmiddels meer wandelaars gearriveerd. Er wordt begroet en (hernieuwd) kennis
gemaakt en ik doe mijn best alle namen te onthouden. Een groepje bezoekt het
achter het station gelegen benzinestation voor een kopje koffie en/of een
sanitaire stop. Want ook het in 1886 gebouwde station Rijssen heeft tegenwoordig
geen enkele voorziening meer behalve de trein zelf. Als om 11:19 uur de volgende
stoptrein stopt, is het gezelschap compleet. Eén begeleider heeft zich ziek
afgemeld, en één deelnemer blijkt door spoorproblemen te zijn gestrand en
helaas niet te kunnen komen. Zo gaan we tegen twaalven met 7 begeleiders, 7
"begeleiden", en één blindengeleidehond op stap. Het moge duidelijk zijn dat ik
Deejay (mijn hond) dit keer maar heb thuisgelaten. En omdat we al even hebben
geoefend, begeleid ik Simon.
|
De wandeling kent 2 varianten. De langste volgt eerst 2 kilometer het
Marskramerpad om vervolgens aan te sluiten bij de kortere variant. Wij wandelen
de 16 kilometer route waarbij we eerst de roodwitte markering met NS-logo volgen. We
verlaten het station aan de noordkant en al snel vallen mij de vele obstakels op
die blinden en slechtzienden tegenkomen. Verkeerd (op de stoep!) geparkeerde
auto’s, verkeersborden en lantaarns die midden op een stoep staan, scheef
liggende tegels, noem maar op. Toch kan het de goede humeuren niet verpesten.
"Want", zo vertelt Simon mij vrolijk, "helaas weten we niet
beter". Na het verlaten van de bebouwde kom van Rijssen volgen we de witrode markering van het Marskramerpad. Waar de route linksaf richting de Regge gaat, houden we een korte pauze. Susan leest het volgende voor uit de routebeschrijving van de NS. |
Over Rijssen: "Uit de vondst van urnengrafheuvels
en Romeinse munten blijkt dat hier reeds in het begin van onze jaartelling een
nederzetting was. Niet zo verwonderlijk want de Rijsserberg, oorspronkelijk
omgeven door moerassen, bood bescherming. Bovendien was er een doorwaadbare
plaats in de Regge. In 1243 kreeg Rijssen stadsrechten en werd omringd door een
gracht en wallen, die gezien de vele plunderingen onvoldoende bescherming boden.
De stad behield een agrarisch karakter: het vee graasde op de lage weiden, maar
keerde ’s avonds terug naar de stadsboerderijen. Later ontstond door de
intensieve vlasteelt het ambacht van wever."
En over het riviertje de Regge: "Omdat vervoer
over water lange tijd de makkelijkste weg was, werd het riviertje De Regge
gebruikt voor de aanvoer van veel noodzakelijke levensbehoeften. Hiervoor werd
de zogenaamde Enterse zomp gebruikt, een wendbare zeilschuit met weinig diepgang
en een groot laadvermogen. Bij weinig wind kon de zomp door een man
voortgetrokken worden. In 1930 werd de meanderende Regge gekanaliseerd."
Even later wandelen we verder langs diezelfde Regge. Eerst is het graspad
nog goed begaanbaar maar ter hoogte van de zogenaamde Notter hooilanden wordt
het pad steeds smaller en het gras aan weerszijden steeds ruiger. En waar enkele
slechtzienden op verharde en bredere paden zonder veel problemen hun weg vinden,
is het voor sommigen nu lastig lopen. Kasper, de blindengeleidehond, heeft
daarentegen de grootste lol want hij mag lekker los. Waar we tussen de
buurtschappen? Notter en Zuna de Regge oversteken, maken we dankbaar gebruik van
een aanwezige picknickbank. Er wordt gegeten en gedronken, en bijgekomen van het
zware graspad.
Een genoeglijk half uur later gaan we weer op pad. Dit pad is een brede zandweg
en na het graspad loopt dit aanzienlijk makkelijker. Liep ik eerst met Simon,
nu loop ik met Mathieu. De Regge stroomt rechts van ons en links lopen koeien en
bloeien klaprozen. We bekijken de vistrappen, zien geen vissen, en we genieten
van het goede wandelweer en van de omgeving. Dan verlaten we de Regge die
vrolijk doorstroomt richting Nijverdal. Wij steken een drukke weg over om onze
tocht voort te zetten richting de Zunasche Heide. Hei is hier echter nauwelijks
te ontdekken.
De groep loopt als een soort harmonica. Dat wil zeggen dat de snellere lopers
wat vooruit gaan en dat de langzamere wat achter blijven. Op plaatsen waar de
route van richting verandert, wordt dan meestal op elkaar gewacht. Op één
zo’n punt leest Susan het volgende voor: "Het
landschap rond het Ligtenbergerveld en de Zunasche Heide wordt bepaald door de
hoog gelegen stuwwallen enerzijds (70 meter+NAP) en het Reggedal anderzijds (8
meter+NAP). Zo’n hoogteverschil op korte afstand is voor Nederland vrij uniek.
Het kwelwater van de heuvels komt hier terecht. Toen de heidevelden door de
opmars van de kunstmest in onbruik raakten, werden gras, sloten en rechte lijnen
de kenmerken van deze gebieden. Weidevogels als de grutto en de tureluur voelen
zich hier thuis. Het is de bedoeling de Zunasche Heide aan te wijzen als
natuurgebied en mogelijk te betrekken bij het Nationaal Park de Sallandse
Heuvelrug."
|
Dat laatste lijkt mij een goed idee en we wandelen verder. Op een eerder buitje
regen na was
het tot nu toe droog maar wat al een tijdje in de lucht hangt, komt daar in alle
hevigheid uitvallen. Er zit zelfs wat hagel tussen. Snel worden regenpakken,
poncho’s en paraplu’s te voorschijn gehaald. Ondertussen naderen we de Holterberg en dat is goed te voelen aan de kuiten. De ergste regen is over maar helemaal droog is het nog niet. Ook niet als we te midden van dennengeur een korte pauze inlassen. De route volgt in het bos een mountainbikeroute en dat betekent als wandelaar extra oppassen. Niet handig eigenlijk. Het lijkt mij dat er hier in het bos genoeg alternatieven zijn om elkaar niet tot last te zijn. |
Na de pauze wandelen we verder en tegen vier uur bereiken we de Canadese
begraafplaats. Hierover vertelt Susan: "Dit is een
van de drie begraafplaatsen in Nederland ter nagedachtenis van de gesneuvelde
Canadese militairen in de Tweede Wereldoorlog. 1.355 Canadezen gevallen bij de
bevrijding van Noord Nederland zijn hier begraven. De andere twee Canadese
begraafplaatsen bevinden zich in Groesbeek en Bergen op Zoom. De 2.500
Gemenebest oorlogsbegraafplaatsen over de wereld zijn ontworpen door
vooraanstaande architecten. Mooie tuinen met veel groen en kleurige, geurende
bloemen moeten een vredige en rustige sfeer geven. Op elke oorlogsbegraafplaats
is een groot stenen Opofferings-kruis met het bronzen zwaard van een
kruisvaarder. Iedere dode wordt individueel herdacht en er is geen onderscheid
in rang of stand."
Er vindt enig overleg plaats en er wordt besloten de begraafplaats te bezoeken.
Een ieder ervaart dit op zijn of haar eigen wijze. Ik blijf zo’n begraafplaats
altijd indrukwekkend vinden. Helemaal als je ziet hoeveel jonge mensen hun leven
hebben gelaten voor onze vrijheid…
Het is dan ook iets stiller in de groep als we de begraafplaats verlaten en we op weg
gaan richting Holten. We slingeren wat door het bos, de regen is gestopt, en bij
paddestoel 23670 verlaten we het Marskramerspad dat rechtdoor gaat. Van rechts
komt het Pieterpad dat wij naar links volgen. Bij de paddenstoel is ook wat
horeca te vinden maar één van de begeleiders weet dat er iets verder nog een
leuke gelegenheid langs de route ligt. Dat blijkt Hotel Restaurant en Grand
Café de Swarte Ruijter te zijn. Een paar wandelaars besluiten door te lopen
naar station Holten om daar hun trein te halen. Met negen man en vrouw gaan we
naar het restaurant. Hier kijkt men even vreemd op van onze groep, vooral de
vuile schoenen worden enigszins argwanend bekeken, maar men maakt al snel
een ruime tafel voor ons klaar. Onder het genot van koffie en een enkel wijntje
blikken we terug op een afwisselende en mooie tocht. De hond krijgt een bak water maar
hij is zo moe dat hij er nauwelijks van drinkt.
Gesterkt door deze aangename pauze wandelen we de laatste kilometers via onder
andere een fraaie beukenlaan en de Holterenk naar het station van Holten. We
komen nog één van de begeleiders tegen en gezamenlijk eindigen wij om half zes
onze tocht van ruim 16 kilometer op het station. Daar vertelt Susan nog wat over
Holten: "Holten is van oorsprong een agrarisch
dorp, waar veel melkvee en varkens werden gehouden. De gemeenschappelijke grond
rondom Holten was ondergebracht in de Marke en werd beheerd door markegenoten.
In een reglement werd vastgesteld waaraan de markegenoten zich te houden hadden.
De Holterenk (in andere streken es genoemd) is zo’n oud stuk landbouwgrond.
Bovendien lag Holten strategisch aan een van de belangrijke handelsroutes naar
Duitsland. De provinciale weg Deventer-Holten werd rond 1800 bestraat en heette
toen nog de Oude Hannoverse weg."
Beetje bij beetje waaieren de wandelaars uit naar de diverse windrichtingen en ik
reis met een klein groepje naar Deventer. Vanaf daar reis ik alleen en vlot
verder naar Driebergen-Zeist. Als ik vanuit de trein terugkijk op de wandeling
is het meest opmerkelijke feit niet dat ik met blinden en slechtzienden heb
gelopen. Nee, het meest opvallende is dat ik, die meestal alleen of met zijn
tweeën loopt, in een grotere groep heb gewandeld. Het wandeltempo lag niet veel
lager dan mijn gebruikelijke tempo hoewel ik minder tijd heb genomen voor het
maken van foto’s. En, misschien wel het meest opvallend, we liepen niet als begeleiders en
"begeleiden" maar als
één groep mensen......
| Vragen of reakties? | Naar wandelingen | Naar boven |