Leudal

Nieuwsgierig gemaakt door het artikel "Over een geelwit tapijt door het Leudal", één der Trouw Landschapswandelingen van auteur Cokky van Limpt. Op vakantie in Heel, Midden Limburg, op fietsafstand van het genoemde Leudal. Toestemming van de familie voor een wandeldag. Goede weersverwachting. Hoeveel argumenten heeft een wandelaar nog meer nodig om tot een wandeling te komen?

In het genoemde artikel wordt niet de hele rondwandeling van 14 kilometer beschreven maar een verkorte variant van 9 kilometer. Tevens wordt vermeld dat bij het aan de Roggelseweg gelegen informatiecentrum van Staatbosbeheer een folder met een beschrijving van de hele wandeling is te verkrijgen. Aldus fiets ik in een paar verloren uren naar het informatiecentrum. Enerzijds om de wandelbeschrijving te halen, anderzijds weet ik meteen hoelang het fietsen is naar mijn mogelijke startpunt.

Helaas. Als ik rond half één op de plaats van bestemming kom, blijkt het informatiecentrum pas om één uur open te gaan. Houd dus rekening met beperkte openingstijden! Onder het genot van een kop espresso met vlaai dood ik het half uurtje op het terras van het naastgelegen café-restaurant St. Elisabeth's Hof. Er zijn slechtere manieren om de tijd te doden. Trouwens, de Roggelseweg loopt tussen de plaatsen Roggel en Haelen. En even na enen heb ik de gratis route in mijn bezit.


Wandeling Foto's Links Naar wandelingen

Genoeg inleiding, tijd voor de wandeling. Die loop ik op vrijdag 8 juli 2005. Vanuit onze vakantiebestemming is het een half uurtje fietsen naar mijn startpunt. Dat ligt niet bij het informatiecentrum maar bij Café de Busjop nabij Heythuysen. Dat heb ik aan de hand van het routekaartje bedacht want dat is, lui als we soms zijn, iets minder ver fietsen. Het is half negen als ik meen mijn fiets bij het café aan een rek vast te zetten. Er komt een vrouw naar buiten die mij erop wijst dat ik op particulier terrein ben. Oei, ik ben een inrit te ver. Als ik uitleg dat ik een paar uur door de mooie omgeving wil gaan wandelen, is het stallen van mijn fiets geen enkel probleem "als u dat mooie ding maar op slot zet". Het schijnt namelijk dat het hier in de omgeving aardig zou kunnen spoken …

Even later ga ik op pad. Het is nevelig en enigszins benauwd. In verband met de waarschuwingen over de vele teken heb ik mijn wandelbroek maar niet afgeritst en draag ik een overhemd met lange mouwen. Voor de temperatuur eigenlijk niet nodig maar ja. Deze voorzorgsmaatregelen blijken gedurende de dag niet overbodig want ik "sla" tot drie keer toe een teek van mij af. Dit is het enige ongemak en het mag mijn wandelpret vandaag niet drukken.

Wel kom ik vandaag moeizaam op gang en het duurt tot bijna halverwege voor het echte goede wandelgevoel naar boven komt. Vraag me niet waarom. Waarschijnlijk is enige vermoeidheid de boosdoener. Het ligt zeker niet aan de omgeving. Daarover het volgende:
Klik hier voor meer foto's.

Bron: ANWB/VVV Fietsgids Midden Limburg
Tussen Haelen, Heythuysen, Roggel en Neer ligt het Leudal. Het natuurgebied (1500 ha) is een onderdeel van het dekzandgebied van Noord-Brabant, Limburg en de Kempen. De dekzandlagen wateren via beken af naar de Maas. De Roggelse beek en Tungelroyse Beek hebben zich als Zelsterbeek en Leubeek een weg gebaand in het Leudal. De beken hebben een natuurlijke loop in tegenstelling tot de gekanaliseerde stukken buiten het hart van het Leudal. Ze hebben steile beekdalen in de dikke zandlagen uitgeslepen. De geschiedenis van de St. Ursulamolen (beperkt geopend) gaat terug tot de 14e eeuw, het houten drijfwerk voor de oliewinning dateert uit de 16e eeuw.


Bron: Staatsbosbeheer

De beekdalen in het Leudal zijn van een schilderachtige schoonheid. Ze zijn begroeid met grotendeels natuurlijk bos waarin ook de hazelaar, berk en wilg voorkomen. Tussen de bomen slingeren de Zelsterbeek en de Leubeek. Het water heeft de beekdalen in eeuwen tijd zo diep uitgesleten, dat ze soms op ravijnen lijken. In het voorjaar bloeit op de oevers een tapijt van  bosanemonen, dalkruid en lelietjes-van-dalen (noot: dit is het "geelwit tapijt" van de auteur van het artikel in Trouw). Vanuit de Maas trekken vissen stroomopwaarts de beken in, op zoek naar ondiepe wateren om te paaien. Om ze voorbij de molens te voeren, zijn vispassages aangelegd.
Op de overgang van hogere naar lagere gronden heeft afstromend regenwater holle wegen uitgesleten. Herders gebruikten deze paden om hun kudde naar de hei te voeren. Het Leudal is al heel lang bewoond. De beken stroomden ‘s winters over lieten vruchtbare weilanden achter. De akkers lagen hoger en dus buiten het bereik van het water.

Goed, we gaan lopen. We zijn in Limburg dus het is niet verwonderlijk dat ik binnen vijf minuten een kapelletje passeer. Deze is ter ere van St. Rochus. Deze Rochus is rond het jaar 1298 in de Franse stad Montpellier geboren en hij geldt als patroon tegen allerlei besmettelijke ziekten, hondsdolheid, beenkwalen, knieaandoeningen, en ongelukken. Zie bij de onderstaande links voor meer informatie. Hier in de omgeving vind je zijn naam veelvuldig terug zoals in de plaats Roggel, de Roggelseweg, en de Roggelse Beek. Het is niet deze laatste maar de Tungelroyse Beek die ik even later oversteek. Grappig, want één van de wandelingen die ik deze vakantie mogelijk ga lopen, gaat van Weert naar het plaatsje Ell en, jazeker, passeert onderweg ook de Tungelroyse Beek.

Ik loop langs wat akkers en door het bos rond Villa De Bedelaar. Hierover gaat het verhaal dat op deze plek ooit een prachtig kasteel stond dat werd vervloekt door een weggestuurde bedelaar waarna het kasteel op kerstavond in de aardbodem verdween (zie voor het hele verhaal de link onder aan deze pagina). Later werd de huidige Villa De Bedelaar gebouwd. Gehinderd door een hek zie ik niets van de villa en van een ander uniek bouwwerk, "de uilentoren van Dubois". Wel van het omringende bos. De daar ruim aanwezige zangvogels hebben geen last van het hek en dat laten ze horen ook. Ik kom zowaar één wandelaarster tegen en ik zie de spoorlijn Weert - Roermond. En dat is weer grappig. Want hoeveel reizigers die hier per trein langskomen zullen er weet van hebben dat er een fraai wandelgebied wordt gepasseerd?

Door het Starrenbosch kom ik bij het Langven en dan ben ik één uur onderweg. Dit Langven is allang geen ven meer want door drainage van akkergebieden in de omgeving is het droog komen te staan. Maar met enige verbeelding zie je het water nog schitteren. Ik hoor veel vogels en ik zie o.a. een groene specht en wat boomklevers. Het valt me op dat de eerste hier in Midden Limburg regelmatig is te zien (en te horen), evenals zijn grotere bonte neefje.

De route loopt nu evenwijdig aan de Tungelroyse Beek zonder dat ik die te zien krijg. Daarom wijk ik af en toe van de route af richting de beek. En dat geeft regelmatig een verrassend zicht op het water. Eén keer zie ik tijdens zo’n uitstapje een muisje en een gele kwikstaart. Ook een ontmoeting met de hier voorkomende ijsvogel zou tot de mogelijkheden behoren maar dit bijna exotische ogende vogeltje zie ik pas 's avonds als ik met de hond in de buurt van Grathem wandel. Beter laat dan nooit zullen we maar zeggen.

Litsberg en Leubeek. Klik hier voor meer foto's. Het is kwart over tien als ik café-restaurant St. Elisabeth’s Hof in beeld krijg. Dat laat ik vooralsnog voor wat het is en langs de parkeerplaats van het informatiecentrum gaat het richting de Roggelse Beek die hier ook wel Zelsterbeek wordt genoemd. 

Het gebied oogt anders dan het voorgaande gedeelte. Er staan hier opvallend veel dennen, varens, bramen, en er vliegen veel muggen. Ik zie twee muisjes en een glimp van een havik en ik ben inmiddels twee uur onderweg. De hoogteverschillen zijn hier opvallend.

Het hoogtepunt is de Litsberg met een mooi uitzicht op de Leubeek (die verderop weer Tungelroyse Beek wordt genoemd).

Ik ben nu op het punt waar de route tijdelijk kan worden verlaten om een uitstapje te maken naar de St. Servaaskapel en dat doe ik dan ook. Deze extra kilometer is dat zeker waard. De kapel is in 1891 gebouwd op de plek waar Sint Servaas himself een geneeskrachtige bron zou hebben laten ontspringen. Voor die tijd stond er een oud Romaans kapelletje en er zou hier zelfs een voorchristelijke offerplaats zijn geweest. Ook heden ten dage is het een interessant plekje. En de lucht wordt een beetje dreigend. Op de terugweg naar de route pauzeer ik even aan een picknicktafel. Het is half twaalf en ik heb het naar mijn zin. Helemaal als het mij lukt om een Phegeavlinder op de digitale plaat vast te leggen.

De wandeling komt vervolgens langs de Sint Ursulamolen, weer zo'n markant punt tijdens deze toch al zo gevarieerde tocht. Oorspronkelijk van hout is er vanaf 1733 sprake van een stenen gebouw. Het huidige houten drijfwerk van de zogenaamde oliemolen is zo'n 150 jaar oud. De watermolen is rond 1960 door Staatsbosbeheer gerestaureerd en is beperkt geopend. De molen is vernoemd naar ene vrome non, Sint Ursula. Zij werd tijdens een prediktocht vermoord in een stroomversnelling. Haar beeldje is te zien in een nis boven de deur van de watermolen.

Bijna half één en ja hoor, ik ben weer bij café-restaurant St. Elisabeth's Hof.
Maar niet voordat ik de Sint Elisabethsmolen ben gepasseerd. 
De Sint Ursulamolen. Klik hier voor meer foto's.

Deze watermolen hoorde bij Klooster St. Elisabeth, ligt er al sinds 1278, en is in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers verwoest. En in die staat ligt de molen er heden ten dage nog net zo bij. Ongeveer dan. Het huidige café is de vroegere molenaarswoning en ik bestel er een lekkere kop espresso. Dit keer met een overheerlijk aardbeientaartje met slagroom. In plaats van café Busjop kan St. Elisabeth’s Hof ook prima als startpunt voor een wandeling fungeren. Er is een ruime parkeerplaats en je kunt er verschillende routes, lees afstanden lopen. Er valt een miezerig regentje maar als ik na een half uurtje verder ga, is het weer droog. Of ga ik verder als het na een half uurtje weer droog is? Ach, wat maakt het uit, ik ga in ieder geval weer verder en het is droog.

Ik neem nog een kijkje bij Klooster St. Elisabeth en ik zie een mooie tuin en een oude toren die een 15e-eeuws overblijfsel is van de kloosterkapel. En stukje verder passeer ik de Kloosterhof. Deze boerderij is prachtig om te zien en dateert uit de 13e eeuw. Net als de watermolen en het café hoorde de boerderij ook bij het klooster. Het is allemaal historie wat hier de klok slaat. En natuur want ik loop door een gevarieerd stuk bos met her en der wat heideveldjes. En met mierenhopen. Vandaar de groene spechten?

Het is tegen half twee als ik terug ben waar ik bijna 5 uur eerder ben begonnen. Mijn fiets staat er nog en via Heythuysen, Baexem, en Grathem fiets ik terug naar "huis". Achterom kijkend op een geslaagde wandeling in een aantrekkelijk en afwisselend gebied.


Links Naar wandelingen Naar boven

Tot slot nog enkele nuttige en informatieve links:

 


Vragen of reakties? Naar wandelingen Naar boven