Krekenroute
& Watersnoodmuseum
Vandaag, zondag 30 maart,
ben ik weer eens op
wandelpad met Bob. Hij heeft daarvoor de 8 kilometer lange Krekenroute op
Schouwen-Duiveland uitgezocht en hij heeft daarbij een strakke planning
gemaakt. Ik vind het best maar voeg aan die planning wel een (mogelijk) bezoek
aan het Watersnoodmuseum toe. En koffie met appelgebak …
| Wandeling | Foto's | Handige Links | Naar wandelingen |
Om dat alles te realiseren reis ik al vroeg, we hebben
inmiddels weer zomertijd, per bus naar Utrecht en vandaar per trein naar
Gouda. Daar ontmoet ik mijn wandelpartner en met zijn auto rijden we naar
Ouwerkerk. Want daar hopen we de Krekenroute en het Watersnoodmuseum te vinden. Na een
vlotte reis zitten we geheel conform de planning om 11:55 uur
aan de koffie met appelgebak. Dit in Restaurant De Vierbannen dat aan de Weg van
de Buitenlandse Pers heel strategisch vlak naast het museum ligt. Als ik op
zondag vanuit Zeist alleen met openbaar vervoer zou moeten reizen dan zou ik een
keer of vijf moeten overstappen en ik zou er zo’n 3½ uur over doen (enkele
reis). Nu heb ik
er met twee overstappen goed twee uur over gedaan.
Het Watersnoodmuseum gaat pas om 13:00 uur open en dat doet ons besluiten om
ondanks een dreigende lucht eerst te gaan wandelen. Het restaurant is weliswaar gezellig en droog maar om
daar nog een uur te wachten… dat past niet in onze planning. Dus gaan we om kwart over twaalf op
wandelpad. Helaas
voelen we al snel de eerste spatjes regen en het wordt natter en natter. Maar
net voordat het ons te nat wordt, waait de bui over en het blijft de rest van de
wandeling zelfs droog. Behalve bovenop de dijken staat er weinig wind en het zal
een graad of tien zijn. Het is weliswaar nog geen "zomer in Zeeland"
maar op die regenbui na is het best lekker wandelweer.
Vanaf de parkeerplaats bij het paviljoen lopen we naar de Grote Kreek die recht
voor ons ligt. Daar overleggen we even en wij gaan rechtsaf. Je zou de route ook
linksom kunnen lopen. Aan u de keuze. Wij lopen dus rechtsom en we volgen de Weg van
de Buitenlandse Pers langs een nu nog bijna lege camping. Op de hoek waar de route
naar links een bosje in gaat, maken wij twee uitstapjes naar rechts. Het eerste
brengt ons via een stenen trap tot bovenop de dijk. Daar hebben we een mooi maar
nat uitzicht op het Keeten of Mastgat en het aan de overkant van het water gelegen Tholen.
Terug beneden brengt het tweede uitstapje ons naar het in 1957 gebouwde gemaal
dat het overtollige (regen-) water vanuit polder De Vierbannen naar buiten
pompt.
Voor die tijd werd dit water gespuid door een in 1878 gebouwd stoomgemaal ter
hoogte van de voormalige zeesluis bij Viane. Het gevaar kwam niet alleen van
buiten …
Langs de Koningin Julianastraat vallen de Scandinavisch ogende en vaak ook met Noorse
of Zweedse namen getooide houten huizen op. Ook langs de Noorsestraat staan er een aantal.
Zouden deze na de watersnoodramp door Scandinavië zijn geschonken? Je zou het
wel denken. Met deze onbeantwoorde vraag nog in gedachten komen we in het
centrum van Ouwerkerk waar de volgende vraag zich aandient. Middenin de Ring
staat een zo op het oog pas na de watersnood gebouwde kerk met een los staande
toren. Bob wil daar meer
over weten en schiet een passerende (en oudere) inwoonster aan. Het blijkt dat
deze vrouw zelf de watersnood in Ouwerkerk heeft meegemaakt en spontaan krijgen
we te horen dat zij toen op de zolder van het café "aan de overkant"
heeft gebivakkeerd. Ook wijst zij ons op een plaquette op het huis op de hoek
Ring en Laan der Wereldveteranen die aangeeft hoe hoog het water hier indertijd
heeft gestaan. En o ja, de vorige kerk was in WO II al dusdanig door de Duitsers
verwoest dat er zo wie zo een nieuwe moest worden gebouwd. Dat had dus niets met
de watersnood te maken. Als we verder lopen, passeren we het huis met de
plaquette en daar wordt ons pas echt duidelijk hoe HOOG het water op 1 februari
1953 heeft gestaan. Want ondanks dat de kern van het dorp (rond de kerk) al
aanzienlijk hoger ligt dan het omringende land, heeft ook dit deel onder water
gestaan. Het is bijna niet voor te stellen wat een watermassa hier zijn
verwoestende werk heeft gedaan.
Nog danig onder de indruk verlaten we het dorp via de Laan der Wereldveteranen. We volgen de markering van
het natuurpad want de rode palen van onze Krekenroute zijn hier nergens te
bekennen. Die vinden we terug bij de Westkreek waar wij rechtsaf moeten. Weer
langs de oostelijke én modderige oever. Het valt op dat het naast gelegen land
hier
aanzienlijk hoger ligt dan het pad en de kreek. Ook zien we in het omgeploegde land
stukken aarde die meer zanderig zijn. Resten van de overstromingen want met het water
kwamen ook zand en klei mee. Dat leverde naderhand, nadat het zoute water was
verdwenen, vruchtbare grond op. Als een
soort troost na alle ellende, zullen we maar zeggen. Een andere tastbare
herinnering aan de overstromingen zijn de kreken waar de route langs wandelt.
Gedurende acht maanden stromen eb en vloed door de aanwezige stroomgaten het
land in en uit met als resultaat de kreken. Nadat onder toeziend oog van koningin
Juliana en minister-president Drees het laatste gat in de dijk met behulp van de
4 grote caissons op 6 november 1953 wordt gedicht, blijven de kreken achter.
Goed, waar de Westkreek bij de Groeneweg komt, volgen wij die weg een stukje naar rechts om
vervolgens linksaf een volgend bosje in te gaan. Daar is de markering niet geheel
duidelijk maar achteraf blijkt dat het hier niet uitmaakt of je links of rechts
gaat. Uiteindelijk kom je op hetzelfde punt terug. Je zou eventueel ook kunnen
besluiten om dit gedeelte niet te lopen. Je mist dan wel het uitzicht op
Zierikzee, en op een caisson die op een vreemde plek in het bos ligt.
Bob bedenkt dat deze tijdens de herstelacties tijdens of na de storm op drift is
geraakt en hier met vloed terecht is gekomen. Met eb stroomde het ding niet meer
terug en ophalen met bootjes was ondoenlijk. En nu ligt het gevaarte hier
middenin een stuk bos ter illustratie dat herstel en wederopbouw niet vanzelf
gingen.
We komen weer terug op de Groenenweg en we volgen met de markering de westkant
van de Westkreek. Net nadat ik tegen Bob heb gezegd dat het aantal vogels dat we
op en langs de kreken zien wat aan de magere kant is, als
meest bijzondere hebben we tot nu toe 2x een groene specht gezien, ontdekt hij een
ijsvogel. Ik helaas niet maar dat mag mijn pret niet drukken. Door een stukje bos
komen we via de Boterhoekseweg en de Stelweg weer bij de Westkreek. Ik mijmer
wat over hoe mooi het zou kunnen zijn als één of meer kreken een open
verbinding met de Oosterschelde zouden kunnen krijgen. Maar ja, daar zullen wel
teveel haken en ogen aanzitten, en de omwonenden van de kreken zullen er ook
niet echt op zitten te wachten. Toch blijft het een spannend idee.
Ondertussen zijn we op de Nieuwendijk aangekomen. We zien de geelrode
markering van het Oosterscheldepad dat niet geheel toevallig hier in de buurt
ook zijn route heeft. We lopen de "buitenbocht" van de dijk en daarbij
zien we de Oosterschelde, Noord- en Zuid-Beveland, de Zeelandbrug, en een paar
blote en daardoor zeer waarschijnlijk koude billen van een zich omkledende
duiker aan de ene
kant. Aan de andere kant zien we een zogenaamde inlaat. Hier zitten wat meer
watervogels. Verder volgen we keurig de route die via de Weg van de Buitenlandse
Pers de zuidoever van de Grote Kreek volgt tot we terug zijn bij het
Watersnoodmuseum. We hebben dan volgens de stappenteller 9½ kilometer gelopen
en we hebben daar ongeveer twee en half uur over gedaan. We nemen een kijkje bij
de vier caissons en het in 2003 geplaatste monument van Gust Romijn. De caissons
en omgeving zijn op 6 november 2003, 50 jaar na het dichten van de laatste
doorbraak, tot Nationaal Watersnood Monument verklaard. En we voldoen nog
helemaal aan de planning
van Bob.
Helaas gaat het wat de planning betreft toch mis want het Watersnoodmuseum dat
we nu bezoeken, biedt
zoveel historisch en aangrijpend materiaal dat we daar meer tijd nodig hebben
dan is gepland.
Maar geen probleem want het bezoek van het museum is meer waard dan het halen
van een planning. De eerlijkheid gebiedt mij te vertellen dat ik van tevoren een gevoel
had van "ach, vast wel aardig zo'n museumpje over de watersnood" maar
achteraf bleef het museumbezoek meer hangen dan de op zich ook niet onaardige
wandeling. En de combinatie is perfect waarbij het denk ik niet veel uit maakt
of je eerst het museum bezoekt en dan gaat wandelen, of zoals wij eerst de
Krekenroute wandelen en daarna naar het museum.
Wat het museum zo bijzonder maakt? Op de eerste plaats zou ik zeggen "ga er
zelf eens een kijkje nemen". Daarnaast, en ik spreek nu voor mijzelf, had
ik wel een beeld van de watersnood van 1 februari 1953. Maar het museum slaagt erin
om aan de hand van beelden, materialen, krantenartikelen, maar ook door het
simpelweg tonen van een matrozenjasje van een verdronken kind en de schooltas
met boeken van een ander omgekomen jongetje de droefenis, gruwelijkheid, en omvang van de
watersnoodramp op een integere manier indringend duidelijk te maken. En dat de ramp zo
omvangrijk was en van veel families hun levens voorgoed en ingrijpend zou veranderen,
nee, dat heb ik me nooit eerder zo gerealiseerd. Dat wordt mij pas hier in het museum
echt duidelijk. Ook het gesprek dat we hebben met één van de bevlogen museummedewerkers
helpt daar aan mee. En het praatje bevestigt tevens onze vermoedens over de verdwaalde caisson en over de houten huizen
in Ouwerkerk. Op het moment dat ik met dit verslag bezig ben, houdt de
watersnoodramp mij nog
steeds bezig. Inmiddels heb ik van Bob begrepen dat hij zo ongeveer hetzelfde heeft ervaren.
En zo krijgt een eenvoudig wandelingetje vandaag een wel heel bijzonder einde.
Dat wij na het museumbezoek nog een lekker broodje
nuttigen in Restaurant De Vierbannen en dat we een vlotte terugreis hebben, lijkt ineens niet zo belangrijk
meer. Toch wil ik nog even op de Krekenroute terugkomen. De paden rond de kreken
zijn zoals eerder gemeld of modderig en glad of keurig verhard en goed te
bewandelen. Wandel-, of in ieder geval waterdichte schoenen lijken noodzakelijk.
Hier en daar gaat de route over verharde wegen waar het nu nog rustig wandelen
is. Het is voor te stellen dat het op warme en zonnige dagen op die wegen een
ietsje drukker zal zijn. Behalve enkele hondenuitlaters, honden mogen trouwens
op de hele route mee, komen we geen andere wandelaars tegen. De paaltjes met de rode markering
zijn soms moeilijk of zelfs niet te vinden. Ook loopt er de witgemarkeerde
Oostkreekroute die 2½ kilometer lang is. Horeca is te vinden in het
genoemde restaurant, in Ouwerkerk, of op de eerder genoemde camping. Veel plezier
met wandelen, en vergeet vooral het museum niet......
Tot slot, het houdt niet op dit keer, enkele door Bob aangereikte regels uit de
in 1954 door Hans Warren geschreven bundel "Vijf uit je oog". Dit om
aan te geven hoe veerkrachtig de mensen in Zeeland wel niet waren.
We planten samen nieuwe tulpen,
leggen de dakpan recht voor de moeder,
hakken de boom om voor de jongen.
Op een bed van geel harsig hout
slapen wij, nieuwe mensen
en onze lichamen werden weer een avontuur.
| Vragen of reakties? | Naar wandelingen | Naar boven |
Handige Links (die in een nieuw window worden geopend)