Hoge Veluwe

Onder auspiciën van personeelsvereniging Docky worden er dit jaar een zestal wandelingen door één van de grootste natuurreservaten van Nederland georganiseerd.

U wordt op één of meer van onderstaande dagen verwelkomd in restaurant de Kopere Kop midden in het centrum van Park de Hoge Veluwe. Hier wordt u namens Docky een kopje koffie of thee met gebak aangeboden. Tijdens het nuttigen zal Henk Brongers u het één of ander vertellen over het ontstaan van het park en wat we zoal gaan doen en hopen te zien. Na deze korte introductie gaan we op pad en sluipen we diep het bos in en hopen dat we oog in oog komen te staan met een roedel herten of een rotte wilde varkens. Zeker zal Henk u wijzen op de aanwezigheid van deze dieren.


Wandeling Naar wandelingen

Over veegbomen, dassentoiletten, en hertenkeutels

Want over dit soort zaken en over vele andere wetenswaardigheden gaat het tijdens één van de bovengenoemde wildwandelingen in het Nationale Park De Hoge Veluwe. Docky is de personeelsvereniging van mijn werk. En ik heb mij opgegeven voor zo'n wandeling.

Het is zaterdag 27 maart 2004 als ik klokslag twee uur het restaurant De Koperen Kop binnenstap. Dit is het verzamelpunt en mijn twee medewandelaars (en collega's) zitten met hun echtgenotes al aan de door Docky geschonken koffie of thee met gebak. Evenals onze gidsen voor vanmiddag, Henk en Ria Brongers. Helaas is mijn wandelmaatje voor vanmiddag door ziekte afwezig maar dit "nadeel van mijn eenzaamheid" zal later tijdens de wandeling een voordeel blijken.

Tegen half drie gaan we naar buiten waar het een graad of negen zal zijn met weinig wind en af en toe wat zon. Prima wandelweer derhalve. Henk houdt een inleidend praatje over het park en over het ontstaan ervan.
In de buurt van de Kemperberg

Hiervoor moeten we terug naar het begin van de twintigste eeuw en naar het echtpaar Anton Kröller en Helene Kröller-Müller. Hij was een fervent jager en kocht in 1909 De Hoge Veluwe als jachtterrein. Zij was een enthousiast kunstliefhebster en verzamelaarster. Samen hadden ze een visioen waaruit ze leefden: "Natuur en cultuur in het belang van het algemeen samen te brengen". Ja, ja, denk ik dan. Hoe idealistisch. Een privé jachtterrein dat is omrasterd en waar indertijd dieren zoals moeflons, edelherten en wilde zwijnen zijn ingevoerd en voor de jacht uitgezet. Maar gelukkig is het park later uitgegroeid tot een uniek natuurgebied waar alleen in de meest noodzakelijke gevallen nog wordt gejaagd. En dat hebben we toch ook aan de heer Kröller te danken.

Tussen 1909 en 1923 zijn de fundamenten voor het huidige park gelegd. Zo is het woonhuis van de familie, het Jachtslot St. Hubertus, gebouwd. En men begon in deze periode met de bouw van een museum voor de uitbreidende kunstcollectie. Door de economische verslechtering na de Eerste Wereldoorlog moest worden gestopt met de bouw van het museum. Later krijgen we op weg naar ons wandelgebeid de restanten van deze eerste poging nog te zien. Als in 1935 het Rijk te hulp schiet, komt er een oplossing voor de problemen. De kunstverzameling wordt geschonken aan de Staat der Nederlanden. Het Rijk bouwt het (oude gedeelte) van het huidige Kröller-Müller Museum en het park wordt ondergebracht in een stichting. Het Nationale Park De Hoge Veluwe is een feit.

Het huidige park bestaat uit ruim 5000 hectare bossen, heidevelden, zandverstuivingen en vennen binnen een omheind gebied. Daarnaast bezit het park nog eens 500 hectare in de directe omgeving.

De Hoge Veluwe is het één na oudste nationale park van Nederland en het biedt een grote variatie aan landschappen. Verder beschikt het park over een groot aantal monumenten van bekende architecten als Berlage en Van de Velde. Tevens zijn er uitstekende wildobservatie mogelijkheden, wandelpaden en 43 kilometer verharde fietspaden. En voor dat laatste staan er gratis (witte) fietsen voor u klaar.

De eerlijkheid gebied mij te vertellen dat ik het verhaal van Henk hier en daar heb aangevuld met informatie die te vinden is op de website van De Hoge Veluwe. Deze site had ik van tevoren als voorbereiding bezocht en ik kan dat éénieder die meer over De Hoge Veluwe wil weten ten zeerste aanraden. Maar ook Henk weet ons als oud parkgids genoeg over het park te vertellen. En dat samen met het aanstekelijk enthousiasme en de liefde voor de natuur die hij en zijn vrouw gedurende deze middag uitstralen, doen mij verleiden tot het geven van een groot compliment aan onze gidsen.

Zo, dat gezegd hebbende, gaan we tegen half drie per auto richting het gebeid waar Henk met ons wil gaan wandelen. Onderweg stoppen we twee keer. De eerste keer wijst Henk ons op sporen die de aanwezigheid van wild verraden zoals aangevreten boompjes. De tweede stop is aan de rand van de Franse Berg. Hier zien we de restanten van de eerste poging om te komen tot een museum. De restanten doen ons meer denken aan een oude bunker. Nadat Henk één en ander heeft verteld over de omgeving van de Franse Berg rijden we door naar de Kemperberg. En daar starten we tegen drieën met onze wandeling.

We lopen door een omgeving waar naald- en loofbomen elkaar afwisselen maar waar we ook langs de rand van een uitgestrekt heideveld en langs akkers wandelen. We vertrouwen volledig op onze gidsen die ons over brede zandpaden en smalle bospaadjes leiden. Regelmatig staan we stil bij sporen die Henk en Ria ons aanwijzen.

Sporen die variëren van hoef- en pootafdrukken in zand of modder tot door wilde zwijnen omgewoelde aarde. Van boompjes waarvan de bast is weggevreten tot boompjes waarvan de bast door geweien is weggeveegd ("veegboom"). Van los liggende keutels tot uitwerpselen die netjes in een kuiltje zijn gedeponeerd ("dassentoilet"). Van door spechten aangevreten bomen tot berkenboompjes waar aan de onderkant een gladde laag modder zit. Modder dat een hert of ree na een modderbad tezamen met lastige insecten heeft afgeveegd aan het boompje. Van beschermde rode mieren waarvan er steeds minder lijken te zijn tot groene spechten die er mede daardoor ook steeds minder zijn. En die we vanmiddag dan ook niet zien.

Wel zien we een paar keer wat reeën. Van dit zogenoemde reewild leven er in het park zo'n 200 stuks. Van de 200 stuks edelherten, roodwild, die er leven, zien we er één.

Doordat ik mij door de afwezigheid van mijn wandelgezelschap helemaal op de natuur kan concentreren, ben ik de gelukkige die na het edelhert ook een wild zwijn ontdekt. De zwijnen worden zwart wild genoemd en hiervan lopen er een stuk of 50 rond. Doordat 2003 een warm en droog jaar was, leverde dat (te) weinig voer op zoals eikels en dergelijke. En dat uit zich nu in het voorjaar door het zeer lage aantal biggen dat wordt geboren. Ja, zo gaat dat in de natuur.

Zoals altijd bij leuke en boeiende dingen gaat de tijd veel te snel. Het loopt al tegen half zes, de sluitingstijd van het park, als we terug zijn bij de auto's. Moe maar voldaan en vol van de opgedane indrukken bedanken we onze gidsen en nemen we afscheid van elkaar. Terugkijkend op een zaterdagmiddag die anders dan gebruikelijk was en die in mijn geval zeker voor herhaling vatbaar is. En dan met mijn maatje!


Vragen of reakties? Naar wandelingen Naar boven