Wandelingen op en rond de
Grande Randonnée
36
Deze pagina bevat beschrijvingen van twee wandelingen die ik in augustus 2009
gelopen heb op en rond de Grande Randonnée 36. Beide wandelingen gaan over
etappes in de buurt van de plaatsjes Duravel en Luzech in de Midi-Pyrénées,
Frankrijk. Tevens vind je hier extra informatie over deze GR 36.
Kies één van de onderstaande opties om meer te lezen over de Grande
Randonnée
36.
Gewoon naar beneden "wandelen"kan ook.
|
Informatie |
Algemene
informatie over de Grande Randonnée
36. |
|
Etappes 65 - 62 |
Rondwandeling van 27 km vanuit
ons vakantieadres nabij Duravel op 19-08-2009. |
|
Etappes 74 - 75 |
Rondwandeling van 8 km samen
met Joyce vanuit Luzech op 13-08-2009. |
|
Foto's |
Foto's van beide wandelingen. |
| |
|
|
Naar wandelingen |
Om terug te keren naar
de wandelingen. |
De zomervakantie
van 2009 brengt ons naar een camping nabij het Franse Duravel. Dit nog geen
1000 inwoners tellende dorpje ligt in het departement Lot dat onderdeel
uitmaakt van de regio Midi-Pyrénées. Via het
Bureau voor
Toerisme du Lot vraag ik informatie over
het gebied. Op één van de toegestuurde kaartjes ontdek ik dat de wandelroute
Grand Randonnée 36 door Duravel komt.
Na enig wikken en wegen, en
zoeken op internet, vind en bestel ik de wandelgids “Traversée du Périgord (Angoulême
/ Les Eyzies / Cahors, ref.321)” bij reisboekhandel Interglobe te Utrecht. Een week
voordat we richting het zonnige zuiden reizen, ontvang ik de gids zodat ik
alvast wat routes kan bekijken. De gids is in het Frans geschreven. Aangezien dat niet
bepaald mijn beste taal is, moge het duidelijk zijn dat vooral de kaartjes mij
tijdens het wandelen tot nut zijn. Samen met de duidelijke
wit-rode
markeringen, hulde aan de Franse markeerders, ben ik niet
verdwaald. En is de route tevens uitstekend twee kanten op te wandelen.
|
Voor de liefhebber hier een stukje Franse
tekst uit het boekje:
"Le GR 36 entre dans le Lot-et-Garonne par Lacapelle-Biron dans la
petite vallée de la Lède (château fort de Gavaudun),
puis traverse celle de
la Lémance (église de Saint-Front et château de
Sauveterre) célèbre par le gisement pré-historique de Sauveterre.
A travers
bois, voici Bonaguil, cette forteresse < chant du cygne de la
féodalité >, remaniée au 15e siècle mais qui n’aurait jamais servi
malgré son donjon en proue de navire dominant des corps de logis, des
lices, tours et courtines, une barbacane, des douves et bastions
extérieurs.
La
randonnée s’achève par les coteaux du Lot, au-dessus de Duravel (église
du 11e siècle), de Puy-l’Évêque (ancienne résidence des évêques de
Cahors, village pitoresque, église et ruines du château), puis
traverse la rivière au pied de l’oppidum de Luzech (église du 14e
siècle, chapelle des Pénitents du 12e siècle, donjon du château du 13e
siècle) et par Saint-Vincent-Rive-d’Olt rejoint Cahors”.
Ja ja, laten we maar gaan wandelen ......
|
 |
"Bon courage”.
Die
woorden roept een Franse dame mij na nadat ik (!) haar de weg heb gewezen naar
Chateau de Bonaguil. Op dat moment loop ik lekker en moet ik glimlachen om
haar woorden. Later zal ik die “goede moed” nog hard nodig hebben. Maar laat
ik bij het begin beginnen.
En dat begint op woensdag 19 augustus 2009 als om zes uur
mijn wekker afloopt. Ja, en dat in de vakantie. Terwijl het langzaam licht
wordt, ontbijt ik buiten op het terras en twijfel over hoeveel drinken ik mee
zal nemen. Ik kies voor twee halve liter flesjes water en stop die met wat
laatste dingen in mijn rugzak. Tegen half acht verlaat ik de slaperige camping
en ik maak de eerste foto’s van de toegangspoort en de opkomende zon.
Mijn plan is om in Duravel etappe 65 op te pakken en die
tegen de klok in naar Saint Martin le Redon te lopen. In dat plaatsje zal ik
beslissen hoe mijn verdere wandeling gaat worden. Een langere variant naar
Bonaguil, of via de GR 652 richting vakantiehuis. Gelet op de warmte zou het de
laatste optie wel eens kunnen worden. Want ondanks het vroege tijdstip begint
het al aardig warm te worden. Dat belooft wat vandaag.
Vanaf de camping wandel ik linksaf
richting Duravel. Na een paar honderd meter ga ik weer links en ik volg nu een
oranje gemarkeerde ruiterroute. Ik zie de achterkant van de camping, en loop
langs ook hier aanwezige wijngaarden. Een half uur verder ben ik in Duravel waar
de eerste mensen al naar de bakker én naar het café gaan.
 |
Ik ga op zoek naar de wit-rode markering van de GR 36 die ik al snel vind. Achter de oude (11e eeuw?) kerk langs en
dan even opletten, via een smal paadje rechts de helling op. Het is hier flink
klimmen waarna de beloning volgt in de vorm van fraaie vergezichten. De route
gaat onder andere door het Fôret Domaniale De la Bessède dat net zo mooi is als
zijn naam doet vermoeden.
Het is hier anders wandelen dan in ons
platte land. Zelfs Limburg is makkelijk te noemen in vergelijking met de
klimmende en dalende paden. Die ook nog eens regelmatig meer op droge
rivierbeddingen lijken dan op wandelpaden. Goede stevige wandelschoenen zijn
hier dan ook geen overbodige luxe. De zon schijnt ondertussen flink en de
temperatuur loopt al aardig op. Waar in de buurt van Saint Martin le Redon de
route de D673 kruist, neem ik mijn eerste pauze. Ik geniet van een banaan en van
de omgeving. |
Na een kwartiertje ga ik weer op pad en nog een kwartier later wandel ik Saint
Martin le Redon binnen. Weer zo’n klein gehucht met mooie en minder mooie maar
altijd oude huisjes en huizen, net zoals er hier in de omgeving meer van zijn.
Waar ik het dorp binnen wandel is een kruispunt. En zoals wel vaker op
kruispunten moet ik hier een keuze maken hoe mijn wandeldag verder zal verlopen.
Mijn verstand en mijn gevoel komen er niet uit en ik besluit het aloude kop of
munt te laten beslissen. Kop betekent minstens tien extra kilometers naar
Bonaguil en munt is de makkelijkste (en kortste) weg terug richting de camping.
Ik gooi, vang de euromunt op, munt ligt boven, en even later wandel ik verder
richting Bonaguil. Ja ja, soms zijn mijn (wandel-) wegen ondoorgrondelijk ……
Goed, ik vervolg mijn wandeling dus
over de GR36. De markering is overal goed te volgen en dat komt mij prima uit.
Want ik moet er niet aan denken de Franstalige gids nodig te hebben. Langs een
idyllisch gelegen Bed- en Breakfast accommodatie verlaat ik Saint Martin. De
route gaat weer door het eerder genoemde Fôret en het blijft ondanks het vooral
vele stijgen genieten. Wel valt het me op, en dat geldt eigenlijk voor de hele
vakantie, dat ik weinig roofvogels zie. Ook zie ik weinig andere bijzondere
vogels of dieren, behalve vele hagedissen. Want daar ontbreekt het hier niet
aan.
Waar het
ook niet aan ontbreekt zijn paddenstoelen. Althans, dat denk ik op te maken uit
de woorden van een Fransman waarmee ik aan de praat raak. Nou ja, aan de praat
is veel gezegd maar ik begrijp genoeg van hem dat deze omgeving rijk is aan
paddenstoelen. Met het plukken daarvan verdient menigeen een aardig centje bij.
En dat verklaart gelijk de vele auto’s die ik in deze verder zeer rustige
omgeving links en rechts in het bos zie staan. Hele families zijn aan het
plukken. Ik laat de paddenstoelen voor wat ze zijn en vervolg mijn wandeling.
Ongemerkt ben ik in de buurt van
Bonaguil gekomen en als ik een bocht om ga, zie ik daar zo maar het kasteel
liggen. En da’s een mooi gezicht hoor. Ik loop nog een paar kilometers verder en
als ik bij een stuk grasland kom waar vandaan ik een prima zicht heb op het
kasteel, besluit ik niet verder te wandelen maar hier een langere pauze te
houden. Prima plek met het fraaie kasteel op de achtergrond. Ik trek mijn natte
shirt uit en hang dit over een tak te drogen. Want het is wel zweten geblazen.
Onder het genot van wat boterhammen en water geniet ik van het weer, van de
omgeving, en van de rust en de stilte. Ondertussen overdenk ik hoe ik straks
verder zal wandelen. Het makkelijkste is om dezelfde route terug te nemen naar
Saint Martin le Redon maar daar heb ik weinig trek in. Met de IGN Carte de
Promenade nr. 57 als raadgever besluit ik “gewoon” via de weg terug naar Saint
Martin te lopen om daar de GR 652 op te pakken. Dit scheelt een paar kilometer
en het is goed voor de afwisseling.
Zo gezegd, zo gedaan en een drie kwartier later wandel ik
Saint Martin weer in. Om het dorpje even later langs "le monument aux morts" voor
goed te verlaten. Er volgt een open en daardoor warm stuk route en ik ben blij
als ik een paar kilometer verder de beschutting van een bos in ga. |
 |
Minder blij ben ik met het feit dat ik
daar over een pad met veel en grote kiezelstenen moet klimmen tot ruim
200 meter hoogte. Dat valt niet mee. Mijn watervoorraad is al aardig
geslonken. Horeca ontbreekt vandaag vrijwel, alleen het plaatsje Bonaguil zou
dat hebben maar daar ben ik niet gekomen, dus aanvullen of bijdrinken zit er niet in. Gelukkig is de markering
van de GR 652, die overigens niet in mijn gids maar wel op de eerder genoemde
kaart staat, duidelijk zichtbaar. En is ook wit-rood en twee kanten op te lopen.
Het volgende dorpje is Cavagnac. Nu ja,
dorp is wel veel gezegd voor een paar boerderijen, een kerkje, en wijngaarden.
Langzaam begint de route te dalen richting de Lot. En daar ben ik heel blij mee
want de moed was mij een beetje in de wandelschoenen aan het zakken. Warm,
moeilijk begaanbare paden, en te weinig water beginnen langzaam hun tol te
eisen. “Bon courage”, ja, dat heb ik nu wel nodig.
Gelukkig is het slechts een kilometer of drie tot Touzac.
Via een mooie brug over de Lot kom ik daar aan. Bij de brug passeer ik een gezin
dat ook aan het wandelen is. Zij zijn de enige wandelaars die ik vandaag ben
tegengekomen. Als ik Touzac door ben, neem ik een laatste pauze. Ik heb de
laatste jaren aardig wat gewandeld maar zo zwaar als vandaag heb ik het niet
eerder gehad. Tijdens het schrijven van dit verslag realiseer ik mij dat ik een
voor mijn doen hoog tempo heb gelopen. Ruim 5 kilometer per uur. En dat in een
relatief zwaar terrein.
Na de
pauze gaan de laatste kilometers langzaam naar beneden richting de Lot en dat
loopt prettig. Het is net half twee geweest als ik over de brug bij Port de Vire
voor de laatste keer de Lot oversteek. Links ligt daar de camping en even later
zit ik aan heerlijk water, veel water. Want dat heb ik vandaag te weinig
meegenomen. Maar verder heb ik mij uitstekend vermaakt. En ik kijk terug op een
zware maar mooie wandeltocht door de Midi-Pyrénées.
Op donderdag 13 augustus 2009 wandel ik samen met Joyce
in de omgeving van Luzech. We rijden daar met de auto naar toe en parkeren
deze aan de Quai Emile Gironde. Bij de brug vinden we al snel de wit-rode
markering die hoort bij etappe 74. Het is net elf uur geweest als we van start
gaan. We steken de Lot over en we wandelen langs het gehucht Laboule. Waar
onze route de weg verruilt voor een onverhard pad, fietst ons een vrouw
achterop. En ja hoor, een Nederlandse. We maken een kort praatje waarna wij
onze wandeling vervolgen.
 |
We lopen langs met struiken en bomen begroeide rotsen aan
de ene, en druivenranken aan de andere kant. Wel lekker in de schaduw want het
wordt al snel warm. We genieten van de rust en de stilte, en van elkaars
gezelschap. Helaas is de Lot de meeste tijd nauwelijks zichtbaar. Ook niet
zichtbaar is het aan de overkant gelegen kapelletje Notre Dame De L’Ile.
Omdat ik toch graag wat foto’s van de
Lot wil maken, neemt Joyce een pauze en daal ik de helling af tot aan het
water. Als ik mijn foto’s heb, lopen we verder. De
markering is meest van tijd goed te vinden hoewel er enkele punten zijn waar
het even zoeken is.
Zo ook in Saint Vincent Rive d'Olt waar we inmiddels zijn
aangekomen. We kijken wat rond in dit pittoreske plaatsje, verbazen ons over
een ons onbekend spel dat we een groep mensen zien spelen, evenals we ons
verbazen over hoe makkelijk de mensen hier de huisdeuren open laten. Mooi als
dat hier nog kan. |
We volgende de inmiddels weer gevonden markering. Waar de
GR 36 bij een kruispunt met de D8 richting Douelle gaat, nemen wij in de
schaduw van een boom een korte pauze. Daarna wandelen we via een afwisselend
buitenwijkje terug richting Luzech. Via de Avenue de l’Auxerrois lopen we het
centrum binnen waar we uitkomen op de Place du Canal. Ooit was dit een heus
kanaal dat zorgde voor een kortere verbinding van de Lot. Het sneed de ruime
bocht van de zo kronkelende rivier af. De bocht die wij vandaag min of meer
hebben gevolgd.
We proberen
ergens een gezellig terras te vinden om wat te drinken maar dat lukt helaas
niet. Of ze zijn dicht, of ze zijn ongezellig. Dus zijn we om half twee terug
bij de auto. We hebben ruim 8 kilometer gelopen door een afwisselende en leuke
omgeving. Het laatste stuk was door de warmte iets minder maar klagen doen we
niet. En op de terugweg naar de camping hebben we in Prayssac nog een Brocante
(is dure rommel-) markt bezocht en op een terras wat gedronken.