Eilandspolder   (Noord-Holland)

De wind in de rug, de warmte van de zon in de nek en op de blote armen, de "stilte" van de natuur in de oren, de beelden van uitgestrekte polderlandschappen en oude dorpjes op het netvlies, de geur van kruidige graslanden in de neus, en de kilometers van het wandelen in de benen.

Zie hier een willekeurige opsomming van zintuiglijke en lichamelijke ervaringen zoals wij die hebben opgedaan tijdens een 14 kilometer lange wandeling langs de randen van de Eilandspolder. Wij? Dat zijn op deze laatste zaterdag van juni 2002 mijn zwager Bob en ik.


Wandeling Foto's Naar wandelingen

Waarom de Eilandspolder? 
Omdat deze wandeling uit één van de AD-magazines de belangstelling trof van Bob, en omdat (ongeveer) dezelfde wandeling in het blad Grasduinen van maart 2002 (route 6) mijn interesse had gewekt voor een omgeving die, hoewel niet eens zo ver bij ons vandaan, voor ons onbekend en dus (nog) onbemind is.

Wat is de Eilandspolder? 
In vroeger tijden zag de kaart van Noord-Holland er heel wat anders uit dan heden ten dage. Zo zien we in de dertiende eeuw veel water, veelal ontstaan door de ontginning van veen waarbij de grond inklinkt en verzakt waarna deze "laagtes" werden gevuld met water uit de Zuiderzee. Te midden van deze meren zoals Schermer en Beemster lag een veeneiland, Schermereiland. Eind veertiende eeuw kreeg dit eiland een dijk en het oostelijk deel werd volgens de toenmalige regels verkaveld in smalle blokken van 1250 meter lengte. Later werd het westelijke gedeelte ingedeeld in blokvormige kavels.

Regelmatig zorgde binnendringend Zuiderzeewater voor problemen en nadat de Allerheiligenvloed in 1570 het dorpje Schermer wegspoelde, werd besloten om de meren Schermer, Beemster, en Starnmeer droog te malen. Wie kent Jan Adriaensz Leeghwater niet? De ontstane polders werden op de ons bekende wijze verkaveld tot rechthoekige kavels. De Eilandspolder, eigenlijk dus een overblijfsel van Schermereiland, bleef verschoond van deze verkavelingperikelen en thans waken Staatsbosbeheer en het Noord-Hollands Landschap over het natuurbelang van deze polder die als een eiland boven de omringende polders uitsteekt.

Zo gebruiken de boeren die het land van de Natuurorganisaties pachten weinig mest en wordt er weinig en pas laat gemaaid. Mede hierdoor is de Eilandspolder een oase voor vele (weide-) vogels en groeit en bloeit hier een grote verscheidenheid aan bloemen en planten. Verder vinden vissen en amfibieën in de vaak ondiepe en natuurlijke sloten prima leef- en paaigebieden. Wij zien tijdens onze wandeling onder andere een bruine kiekendief, een rietgors, veel eenden, enkele grutto's en wat scholeksters.

Hoe komen wij bij de Eilandspolder?
 
Bob komt rechtstreeks met de trein uit Leiden naar Alkmaar en ik ga vanuit Maarssen met een ommetje via Utrecht waardoor ik vandaar met de intercity ook rechtsreeks naar Alkmaar kan reizen. De NS maken het voor mij spannend want ik vertrek met ca. 12 minuten vertraging vanuit Utrecht terwijl ik in Alkmaar 14 minuten de tijd heb voor mijn aansluiting met de bus. In Alkmaar ontmoeten Bob en ik elkaar en we nemen bus 127 richting Purmerend. Door mijn vertraging in Utrecht halen we de bus op het nippertje. Halte t' Zuidje in Schermerhorn is onze bestemming en geheel volgens plan starten wij onze wandeling om even voor half elf.

Hoe is de wandeling?
Vanaf de bushalte lopen we eerst Schermerhorn in en we passeren daarbij het kleinste huisje van Schermerhorn op Zuidje 11. "Dit is het laatste tuinderhuisje zoals er vele op het oude Schermereiland stonden. Eertijds woonden in dit soort huisjes huishoudens bestaande uit 10 en meer personen. Het huisje is op oorspronkelijke wijze ingericht en het bevat o.a. een volledig bedstede. In het huisje staat verder een vitrine opgesteld met bodemvondsten uit de 16e en 17e eeuw". De gegevens over het huisje en over de Museummolen, zie onder, heb ik via  www.houtenhuis.nl .

Door een leuk en redelijk authentiek straatje lopen we via een bocht naar links Schermerhorn uit en we steken de drukke N243 over. We volgen het verharde landweggetje dat een stuk verder over gaat in een fraaie graskade over een slingerende dijk. Aan onze rechterhand zien we de Museummolen van Schermerhorn. 

"Deze in 1634 gebouwde watermolen vind je aan de Noordervaart in Schermerhorn. Het is de middelste molen van de bekende 'molendriegang'. Tussen 1634 en 1928 maalden 52 molens, jaar in jaar uit, om de Schermer polder droog te houden. Nu zijn er nog elf molens over. Eén daarvan is de Museummolen, een werkende watermolen die je tot in de kap kan beklimmen. Door glazen platen in de vloer en een opengewerkte spilkast is de werking van de molen goed te volgen". 

We volgen de graskade en al snel passeren we molen De Havik, weer een juweeltje in combinatie met de prachtige omgeving. We komen nu op een verharde weg en het is even over half twaalf als we in Grootschermer pauzeren. Voor de liefhebber ligt aan het Haviksdijkje 5 "het museum en beeldentuin Nic Jonk. Hier vind je een o.a. een permanente collectie beelden, keramiek, schilderijen, tekeningen en grafiek van Nic. Jonk, Barbara en Marc Jonk, evenals antieke vondsten uit de beeldentuin van ± 1700, en Terracotta's uit Griekenland van ± 300 v.Chr".

De gegevens over Nic Jonk en over de kerk, zie onder, zijn van  www.museummolen.nl . Wij laten de beeldentuin voor wat die is en we nemen een kijkje bij de  Dorpskerk van Grootschermer.

"Dit reformatorische zaalkerkje uit de 18e eeuw is een parel in de kroon van het oude Schermereiland. Het is grotendeels nog in de oorspronkelijke staat en in 1978 grondig gerestaureerd. Ook het 18e eeuwse uurwerk werd prachtig hersteld. Het meeste meubilair en de preekstoel, waarvan de panelen zijn versierd met gesneden reliëfs, zijn nog afkomstig uit het kerkje van 1600".

Het valt ook nu weer op dat de mensen zo vriendelijk zijn. Zou dat komen doordat de mensen hier nog tijd voor elkaar en voor de medemens hebben en niet zo gehaast en gestrest leven als "wij uit de stad"? Of valt het misschien in zijn algemeenheid nog wel mee met de hartelijkheid van de mensen?  Ik mag hier zelfs zo maar de post van een wildvreemde dame in de brievenbus doen (zodat zij niet uit haar auto hoeft te komen).

We verlaten Grootschermer en via de Meerdijk lopen we door het dorpje Noordeinde richting Graft. Dit deel van de route, van Grootschermer tot na De Rijp, loopt veelal over wegen waar ook fietsers en auto's gebruik van maken, maar dit ongemak wordt goed gemaakt door de leuke dorpjes en de mooie vergezichten die zich op sommige momenten aan het zicht ontvouwen.

Graft is één van de mooiere dijkdorpen en je kan er bijvoorbeeld een afgebroken kerk bekijken. Nu ja, niet de afgebroken kerk zelf, maar wel de uit grafstenen bestaande vloer die men heeft laten liggen. Naast de restanten van de kerk staat het Raadhuisje dat ontworpen is door Jan Adriaenszn. Deze Jan, die één van de belangrijkste figuren was met betrekking tot het droogleggen van o.a. de polders rondom de Eilandspolder, zou zich later de naam Leeghwater, hoe toepasselijk, aanmeten.

Het dorpje loopt ongemerkt over in het volgende dorp, De Rijp. Volgens Grasduinen "ligt dat erbij als een opengeslagen geschiedenisboek". Wat Grasduinen niet vermeld, is dat in De Rijp een grote "Lelijke Eend" dealer is te vinden. Dat zit als volgt. Op een tafeltje aan de openbare weg staat een verzameling speelgoedautootjes uitgestald waaronder veel Citroën 2CV's. En als ik het niet kan laten om een bestuurbare hijskraan uit te proberen, word ik door een onverwachte stem tot de orde geroepen. De stem blijkt aan de verkoper van het speelgoed te zijn die verdekt opgesteld achter een heg zit. Hij nodigt ons uit om zijn (ruime) voorraad te bekijken en ondertussen vertelt hij dat er vandaag een toertocht voor "lelijke eenden" door De Rijp komt en dat hij hoopt wat modellen te kunnen verkopen. Zijn voorraad, ver achterin zijn tuin in een zeer volle schuur, is inderdaad aanzienlijk. Wij kijken alleen en kopen niets.

Bob koopt even later wel een verse courgette, maar dat terzijde. Een stukje verder komen we langs de begraafplaats die achter de aan de Rechtestraat gelegen Rooms-katholieke kerk is te vinden. Wij nemen hier een kijkje want zo'n begraafplaats is één van die plaatsen waar je in alle rust kan kijken naar een stukje historie van een dorp en zijn bewoners.

De dorpsvlag van De Rijp. De dorpsvlag van De Rijp stelt een blauw veld voor met daarin twee gele haringen met "de kop richting mastzijde". Beide haringen hebben een driebladige gele kroon boven de kop. De Rijp was in vroeger jaren geen agrarisch dorp. 

De visserij op de binnenwateren werd al in het midden van de 16e eeuw beoefend. Als we bedenken dat via het vele (open) water de Zuiderzee goed was te bevaren, dan lijkt het logisch dat rond 1570 de haringvisserij begon. De bloei van de visserij lag in de eerste helft van de 17e eeuw. De Rijp bezat zelfs na Enkhuizen de grootste haringvloot van Holland. Naast de haringvisserij werd vanaf 1655 ook de walvisvangst door de reders uit De Rijp beoefend. Beide visserijen brachten de nodige nijverheid met zich mee zoals scheepswerven, lijndraaierij, kuiperij, spinnerij, en meer van dit voor ons onbekende beroepen. De terugval kwam door de achteruitgang van de haringvisserij.  Alternatieven zocht men rond 1890 o.a. in de grove tuinbouw. Deze tuinbouw is inmiddels bijna verdwenen en in de jaren zeventig van de vorige eeuw is De Rijp veranderd in een forensendorp. Toch zijn er voor de oplettende wandelaar zo links en rechts nog dingen te herkennen die aan het verleden herinneren. Dit is mede te danken aan het feit dat in 1969 de kern van De Rijp is aangewezen tot Beschermd Dorpsgezicht waardoor de historische waarde van het dorp behouden blijft.

En dan is het tijd voor een kop koffie. Wij strijken neer op het terras van eetcafé Oudejans dat gevestigd is in "Het Stadhuis van Amsterdam". Vraag me niet waar deze naam vandaan komt, want dat weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat de koffie en het gebak ons prima smaken. Pas wel op voor de brutale mussen want die eten het gebak onder je vingers vandaan.

Na deze onderbreking, het is inmiddels bij half twee, vervolgen Bob en ik onze wandeling. We verlaten De Rijp en na het passeren van een jachthaventje en een oud gemaal lopen we de natuur weer in. We lopen nu over de dijk langs de Beemsterringvaart. Het is altijd een vreemd gezicht om het water hoger te zien stromen dan het omliggende land waarbij het opvalt dat het Beemsterland nog lager ligt dan de Eilandspolder die hier zijn naam alle eer aandoet.

Prachtige luchten maken de wijdse, of is het hier beter te spreken over "weidse", vergezichten tot ware schilderijen. Dit is echt genieten, helemaal omdat de zon vaak genoeg tussen de wolken doorkomt waardoor de temperatuur zeer aangenaam is.

Even voorbij de bemoste grenspaal tussen Zuid-Schermer en Schermerhorn genieten we van onze laatste eet- en drinkpauze. Dit laatste plaatsje komt inmiddels steeds dichterbij. Het is jammer dat het zicht op Schermerhorn wordt ontsierd door een grote loods die storend aanwezig is. Maar ja, je kan niet alles hebben en als we om kwart over drie bij de bushalte in Schermerhorn terug zijn, vinden zowel Bob als ik dat we weer een zeer geslaagde wandeling onder de voeten hebben. En nu is de Eilandspolder voor ons niet meer onbekend, en zeker niet onbemind.

Rond de Eilandspolder vind je diverse mogelijkheden om te wandelen of te fietsen, en ook kano- of roeibootvaren behoren tot de mogelijke activiteiten in deze mooie en waterrijke omgeving.

En hoe reizen wij terug? 
De terugreis gaat in omgekeerde volgorde van de heenreis en gaat geheel volgens plan. Bus 127 vanaf halte t' Zuidje in Schermerhorn, waar wij worden herkend door twee dames die ons vanochtend in de bus hadden opgemerkt, naar station Alkmaar vanwaar onze wegen zich scheiden. Bob reist per trein terug naar Leiden en ik reis, net als op de heenreis, met een dubbeldekker via Utrecht terug naar Maarssen.


Vragen of reakties? Naar wandelingen Naar boven