Oldambt, een fietstocht door noordoost Groningen
Het zal in het vroege voorjaar van
2004 zijn geweest dat ik van mijn zwager een krantenknipsel kreeg. Het knipsel
was afkomstig uit het Algemeen Dagblad en het ging over Herberg Bellingwolde. De
boodschap die ik bij het artikeltje mee kreeg was "kijk maar eens of het
iets is voor een wandelweekendje".
En dan denk je "Bellingwolde, waar ligt dat? Kun je daar wandelen?"
Vervolgens lees je het artikeltje eens. En haal je wat documentatie uit de
bibliotheek. En surf je wat rond op internet waar je onder andere het Noaberpad,
een Lange Afstand Wandeling, tegenkomt. Dan koop je op een goede zaterdag het
bijbehorende boekje, en uiteindelijk denk je dan "Och, Bellingwolde, waarom
niet?".
Vervolgens worden agenda's naast elkaar gelegd en komt het "lange"
weekeinde van vrijdag 17 tot en met zondag 19 september uit de bus. Als het dan ook nog
lukt om via internet de Herberg voor de genoemde dagen te bespreken, gaan we op
pad naar een verre en onbekende omgeving.
| Heenreis e.d. | Fietstocht | Terugreis | Foto's | Links | Naar wandelingen |
| Vrijdag 17 september, heenreis e.d. | Naar wandelingen | Naar boven |
Dit keer reizen we niet per trein maar, heel luxe, met de
auto van mijn zwager. Mijn zwager heet Bob, hoe toepasselijk (flauwe grap). We
zijn met de auto met het oog op de mogelijk lastige en omslachtige terugreis met
het openbaar vervoer op zondag. Ik had een goed idee en dus nemen we onze
fietsen mee. En dat is, zoals later zal blijken, niet voor niets geweest.
Bob haalt mij op. Onder de koffie bepalen we de te rijden route en dan komt hij
tot de ontdekking dat we naar een andere plaats/streek gaan dan hij had gedacht.
In het gebied boven Winschoten wordt de zogenaamde "Blauwe Stad"
ontwikkeld. Hierbij worden onrendabele landbouwgronden veranderd in waterrijke
gebieden met eilanden waarbij (luxe) woningbouw zal gaan plaatsvinden. Bob wil
dit gebied nog eens in de huidige staat zien voordat het onherstelbaar wordt
veranderd. "Helaas" staat ons hotel in Bellingwolde en dat ligt niet bepaald op
loopafstand van de "Blauwe Stad".
Op naar Bellingwolde. Rond Amersfoort en Zwolle hebben we de nodige files en na
Meppel nemen we de tijd voor een kop koffie. Bob stelt voor dat ik het stuur
over neem. Hm, er zijn leukere dingen maar vooruit. Niet al direkt op de
heenreis ruzie maken. Dat ik nu rij is tot daar aan toe. Maar dat Bob kaart
leest is minder. Hij stuurt mij na Emmen langs en door plaatsen waar ik slechts
in een ver en grijs verleden tijdens aardrijkskundeles wel eens van heb gehoord.
Via toch wel prachtige landweggetjes en verrassende omgevingen arriveren we uiteindelijk in
Bellingwolde.
De eerste indruk van het hotelletje, de herbergieren, en de kamer zijn goed. We
krijgen de Japanse kamer. Hoe romantisch voor twee heren. Nadat we ons enigszins
hebben geïnstalleerd, besluiten we om voor het avondeten de omgeving per fiets
te gaan verkennen. Bellingwolde ligt in noordoost Groningen en we fietsen zo'n
anderhalf uur door de omgeving waarbij we onder andere Oudeschans aandoen.
Na een blokje om door het stille Bellingwolde, toch nog even wandelen, zijn we tegen tienen terug op de kamer. Bob slaapt vrij snel daarna. Ik lees nog wat en ga uiteindelijk ook maar naar bed. Een eerste nacht in een vreemd bed kost mij altijd veel moeite en beetje bij beetje dommel ik de nacht door.
| Zaterdag 18 september, fietsen | Naar wandelingen | Naar boven |
"Wakker in een vreemde wereld". Deze tekst van
de Nederlandstalige popgroep de Dijk schiet door mijn hoofd als mijn wekker mij
vanuit de slapende naar de wakkere wereld duwt. Het is zeven uur en even verbaas
ik me over de onbekende omgeving waarin ik ontwaak. Rode muren en Japanse
tekens, draken en andere accessoires. Andere geluiden ook dan de gebruikelijke
achtergronden die ik thuis gewend ben te horen. Dan word ik echt wakker en als
ik Bob, mijn zwager, in het bed naast mij zie ontwaken, realiseer ik me waar ik
ben. Om precies te zijn in de Japanse kamer in Herberg Bellingwolde in
Bellingwolde in noordoost Groningen. En het ziet er buiten somber uit.
Na de gebruikelijke ochtendrituelen en een voortreffelijk ontbijt is het kwart
over negen als we onze fietsen klaarmaken. Het is na wat nachtelijke regen
droog, fris, en er staat een matig windje. Nadat het
probleem van een zachte achterband is opgelost, gaan we even voor half tien echt
op "fietspad". Om de Oldambt route op te
pikken fietsen we eerst naar Oudeschans. We verlustigen ons aan de soms bijna
paleisachtige boerderijen die in Bellingwolde langs de Hoofdweg staan. De
graanboeren hadden het hier zo slecht nog niet. Vroeger. Opvallend is dat de
arbeiders de boerenpaleizen in kleinere uitvoeringen nabouwden. Dit inclusief de
karakteristieke "trapsgewijze" uitbouwen naar de achterkant.
Minder leuk om te zien is een dode steenmarter die we langs het fietspad vinden.
Waarschijnlijk is het beestje, dat er nog gaaf uitziet, door een auto
aangereden. Jammer, want zo talrijk is de steenmarter niet. Verder zien we
vandaag naast eenden, ganzen en meeuwen o.a. een gele kwikstaart en wat
roofvogels waaronder enkele kiekendieven en valkjes. We
vervolgen onze weg richting Oudeschans. Dit vestingdorp werd in 1593 aangelegd
als verdedigingswerk aan de toenmalige kust. Helaas ging het dichtslibben van de
Dollard zo snel dat in 1628 al de aanleg van Nieuweschans nodig was. Oudeschans
speelde al tijdens de Tachtigjarige Oorlog een belangrijke rol. Nu ligt het er
vredig bij en wij vinden er het eerste 6-hoekige ANWB routebordje.
Vanuit Oudeschans fietsen we westwaarts in de richting van de A7. Waar we het
water van de Westerwoldse Aa ontmoeten, volgen we het fietspad dat langs het
water richting Winschoten voert. Er vliegt enige tijd een zilverreiger met ons
op. Een mooie vogel die zijn naam alle eer aandoet.
Bij de N367 verlaten we het water en fietsen we Winschoten binnen. Dit stadje, in 1825 kreeg het stadsrechten van Koning Willem I, vindt zijn oorsprong reeds in de Middeleeuwen. Gunstig gelegen aan het riviertje de Rensel en aan de belangrijke handelsweg tussen Groningen en Münster was Winschoten een belangrijke pleisterplaats. In de Tachtigjarige Oorlog groeide ook het strategische belang van Winschoten. Tot de Tweede Wereldoorlog behoorde een groot deel van de middenstanders tot de Joodse gemeenschap. Mede hierdoor vervulde Winschoten een centrumfunctie in Oost-Groningen. Diverse plaatsen en gebouwen herinneren nog aan deze tijd. Helaas overleefde slechts een enkeling van de tijdens de Tweede Wereldoorlog weggevoerde 500 Joden de Duitse vernietigingskampen. Met de komst van de Blauwe Stad hoopt Winschoten weer iets van de oude centrumfunctie terug te krijgen.
Na een wat drukker gedeelte komen we bij het Midwolderbos. Via een zandpad
werken we ons door een verrassend stukje natuur. Met aan het eind een beloning
in de vorm van de Ennemaborg. Even verlaten we de route om deze borg te
bekijken. Al in 1391 wordt over Ennemaborg gesproken. Het huidige huis kreeg
zijn vorm eind 17e eeuw. Helaas kunnen we er niet eten. Want het is inmiddels
kwart over twaalf en tijd voor een hapje en drankje. Dat vinden we in Midwolda
waar we buiten op een terras genieten van koffie, espresso, melk, en broodjes.
We hebben zo'n 25 kilometer onder de wielen en als we zijn uitgerust gaan we
tegen enen verder. We fietsen nu langs de rand van de geplande Blauwe Stad. Raar
idee dat hier over enkele jaren de weiden en akkers grotendeels zijn veranderd
in water en bebouwing.
Via Oostwold en Finsterwolde komen we in Ganzedijk. Onderweg passeren we
regelmatig grote boerderijen van het Oldambstertype. En ook hier zie je de door
de arbeiders in het klein nagebouwde kopieën. Oorspronkelijk woonden de
arbeiders op de grote boerderijen maar door de komst van landbouwmachines en
door het overgaan op akkerbouw waren zij daar niet meer het hele jaar nodig. En
niet meer gewenst. Zij huisden samen in de dorpen en bouwden daar hun eigen
"paleisjes". In Ganzedijk staan we voor de
keuze de officiële route naar rechts te volgen richting Oudedijk of de route te
verlaten om noordwaarts te fietsen richting Hongerige Wolf en verder. We hebben
weinig tijd nodig om voor deze laatste optie te kiezen.
Zo rijden we door de grootse weidsheid van het Reiderland. Het valt ons op dat waar je verwacht dat het land er vlak uit zal zien, er ook hier glooiingen in het land zijn te ontdekken. Dit zijn door het landijs opgestuwde zandruggen. We nemen een kijkje bij het gemaal Hongerige Wolf en we vragen ons af hoe de naam zou zijn ontstaan. Ook de naam van de naastgelegen Egyptische Dijk roept vraagtekens op. Later komen we tot de volgende oplossingen. Bob: "de Hongerige Wolf is mogelijk ontleend aan de "waterwolf" maar waarschijnlijker aan een herberg met die naam (kwam op meer plaatsen in Nederland voor)" en "De Egyptische Dijk heeft heel lang de buitendijk gevormd. Hongerige Wolf had dus een sluis die direct op de toenmalige Dollard uitwaterde". Peter: Van nota bene Bob himself heb ik het door Frank Westerman geschreven boek "De graanrepubliek" te leen en laat daar nu de volgende passage in staan: "… met 77 kilometer aan nieuwe sloten die uitkwamen op een elektrisch uitwateringsgemaal bij Hongerige Wolf – een driehoekje woeste grond dat was vernoemd naar de polderwolven die er in de Middeleeuwen ronddoolden". Dit boek is trouwens een aanrader om voor, tijdens, of na een bezoek aan dit gebied te lezen. Over de Egyptische Dijk gaat het gerucht dat er tijdens de aanleg van de dijk een Egyptische munt zou zijn gevonden. Vandaar misschien?
Het is opvallend, en dat geldt voor het hele grensgebied, dat er aan de Duitse kant van de grens aardig wat windmolens staan. Doen wij Nederlanders daar nu zo moeilijk over of ligt het genuanceerder?
Helaas blijft het niet bij lekker
uitwaaien want er begint nu ook natte regen te vallen. En omdat wij nog een
aardig stukje tegenwind voor de boeg hebben, gaan wij rond de klok van drieën
op weg richting Nieuweschans. Of het door de wind en regen komt of door een langzaam opkomende vermoeidheid
weten we nog steeds niet maar dat we ergens verkeerd fietsen weten we wel. In
plaats van via Drieborg naar Nieuweschans te rijden, staan we op een gegeven
moment bij boerderij "Crueningenhof" op een punt waar onze weg niet
naar rechts gaat maar naar links, dus weg van Nieuweschans. Gelukkig brengt de
kaart van Bob uitsluitsel (topografische kaart van Nederland, 1:25.000, nr. 8C
Nieuweschans). Als het goed is hoeven we maar een klein stukje naar links
waarna we via een voetpad (waar we ook hopen te kunnen fietsen) langs de oever
van de Westerwoldse Aa de juiste richting weer moeten vinden. En gelukkig klopt
dit, inclusief het fietsen op het voetpad.
Even voor vier uur bereiken we Nieuweschans. Deze plaats is rond 1628 aangelegd.
Wie hierboven heeft opgelet weet waarom. Bij mij was Nieuweschans vooral bekend
van het door Ria Valk gezongen liedje "Jans Pommerans uit Nieuweschans"
maar sinds 1985 is Nieuweschans bekender als het eerste kuuroord van Nederland.
Dit is ontstaan doordat in de bodem onder de oude vesting op 600 meter diepte
zout bronwater werd gevonden. Het water is niet alleen zout maar zit ook nog vol
mineralen. Wij hebben meer behoefte aan iets warms.
Dat vinden we in de Oude Remise waar we ons de thee met overheerlijk vers
appelgebak goed laten smaken. Deze monumentale locomotievenremise is in 1877
gebouwd en deed dienst tot 1935. De danig vervallen remise is in 2003 volledig
gerestaureerd. Nu zitten er een bronsgietcentrum, een opleidingsruimte tot
bronsgieter, het internationaal documentatiecentrum voor bronsgieters en een
tentoonstellingsruimte. En, niet onbelangrijk, de horecavoorziening waar wij van
een welverdiende rust genieten.
Na een genoeglijk half uurtje verlaten we de Oude Remise. Het is gelukkig droog
geworden en we passeren een markering van het Noaberpad. Wij fietsen en doen dat
nu weer volgens de Oldambtroute. Die volgt de grens met Duitsland via de Hamdijk
tot nabij de ophaalbrug bij Booneschans. Daar verlaten we voorgoed de route en
langs het B.L. Tijdenskanaal zakken we af richting Bellingwolde waar we om 17:25
uur terug zijn bij het pension. We zijn dan precies acht uur op pad geweest
waarbij we 63 kilometer hebben gefietst. En daar hebben we netto 4 uur en 23
minuten over gedaan.
Het diner staat om half zeven klaar en tijdens weer een voortreffelijke maaltijd
nemen we de dag nog eens door. Hoewel bedoeld als wandelweekendje hebben we geen
spijt dat we onze wandelschoenen dit keer hebben verruild voor onze fietsen. We
zijn van mening dat we een prima dag hebben gehad waarbij volop cultuur en
landschappelijk schoon zijn gepasseerd. Noordoost Groningen is ook niet zo leeg
en vlak als wij westerlingen denken. Wel weids en stil. De mensen die wij hebben
gesproken zijn vriendelijk en belangstellend. Kortom, niets te klagen.
Onder het genot van wederom een Bellingwolder koffie schrijven we de
gebruikelijke ansichtkaarten. Ook gebruikelijk is het half uur durende ommetje
door een stil en donker Bellingwolde. Bob zoekt daarna zijn bed op en ik niet.
Ik maak eerst nog wat foto's van ons pension "bij nacht". Terwijl ik
geniet van een lekker biertje bekijk ik de gemaakte digitale foto's en ik ruim
er direct de nodige op. Verder lees c.q. droom ik wat bij het boekje "Het
Utrecht van C.C.S. Crone". Van hem is de tekst "En hoe verder hij
ging, des te langer was zijn terugweg". Wij hebben deze toepasselijke
spreuk vandaag meerdere malen hardop uitgesproken. Treinreizigers die Utrecht
Centraal van de noordkant binnenkomen, kunnen de tekst vlak voor het station aan
de rechterkant op een muur zien staan. Tegen half twaalf vind ik het wel
welletjes en even later kruip ook ik mijn bed in.
| Zondag 19 september, terug | Naar wandelingen | Naar boven |
Na een voor mij slechte nacht waarin mijn buik het weer eens nodig vond te laten merken geen ei in mijn eten te accepteren, zitten we om negen uur aan het ontbijt. Ik houd het eenvoudig en Bob laat het zich uitstekend smaken. Niets dan lof over het pension, en dat in de ruimste zin des woords.
Even zoeken,
even vragen en dan ligt daar links van de Hoofdweg Huis te Wedde zoals het
kasteel wordt genoemd. In de volksmond spreekt men ook wel over de Burcht.
Na wat bij het kasteel te hebben rondgekeken, je zal maar in
zo'n pand mogen werken, fietsen we via de Hoornderweg, Wedderveen, en Zandstroom
richting Blijham. Hier passeren we de Hervormde Kerk die stamt uit 1872. Enkele
van de graven die rond de kerk staan dateren uit de 18e eeuw. Tevens kun je hier
oorlogsgraven uit 1940-1945 vinden. We gaan even van de fiets
voor een korte bezichtiging en dan pedaleren we over het fietspad langs de N969
terug richting Bellingwolde.
Ruim twee uur later, en 24 kilometer verder, fietsen we voor de laatste keer
Bellingwolde binnen. De fietsen gaan direkt de auto in en wij halen de laatste
spullen van onze kamer. We rekenen af bij Arie en na een hartelijk afscheid
stappen we om half één in de auto. Op naar huis. Voor
de volledigheid moet ik nog melden dat Bob de gehele terugweg rijdt en dat we er
een toeristische route van maken. Via o.a. Veendam, Assen, Ruinen, Meppel, een
koffiestop in Vollenhoven, en door de polders arriveren we tegen vier uur in
Maarssenbroek.
Niet gewandeld maar wel een leuke ervaring rijker. En toch, hoewel ik me prima
heb vermaakt en ook het pension goed was, zal ik niet gauw naar dit deel van
Nederland terugkeren. Of het feit dat ik aansluitend een flinke griep moest
overwinnen hierop van invloed is, weet ik niet zeker.
| Twee nuttige links |
| Vragen of reakties? | Naar wandelingen | Naar boven |